Zijn er in het verleden meerdere mogelijkheden geweest om Wassenaar via het water te bereiken, thans is de Zijlwetering de enige overgebleven watering die het dorp met de Oude Rijn verbindt.
Door de jaren heen heb ik deze route vele malen gevaren en er ook veel zien veranderen. Woonboten verdwenen en sloepen en jachten kwamen er voor terug en daarmee ook de noodzaak tot jachthavens.
De Princehaven aan de Van Zuylen van Nijeveltstraat is een al jaren bekende haven in ons dorp. Verscholen in het groen maar zichtbaar vanaf de brug over het Havenkanaal. Mijn eerste kennismaking met varen vond daar plaats, want voor twee kwartjes per uur kon je daar in de vijftiger en begin zestiger jaren een roeiboot huren. Goed voor een tochtje richting de Paauw of door de weilanden de andere kant op naar de afgebrande molen. Gedurende de strenge winter van 1963 bracht ik bij De Princehaven van Moree met een slee op de Sint Jan Baptistschool verzameld oud brood naar de vele watervogels, die in het enige openblijvende wak probeerden de vorst te overleven. Zwakke vogels gingen mee naar huis, waar ze een goed onderkomen vonden in onze schuur. Wilde eenden, een waterral, een meerkoet en een bonte kraai hebben daarmee die winter overleefd.
Tegenover De Princehaven begint het Havenkanaal dat eveneens eindigt in een jachthaven aan de Oostdorperweg. Het beeld van de kaaisjouwer maakt duidelijk dat deze haven in het verleden voor andere doeleinden werd gebruikt. Jaarlijkse arriveert daar onze Spaanse kindervriend met zijn jacht om voet aan de Wassenaarse wal te kunnen zetten. Wij hebben hem meermalen geholpen. Als kwartiermeester bij de zeeverkenners kreeg ik na het schuurseizoen 1963/1964 de opdracht van de schipper om onze lelievlet Old Mac Donald zeilklaar te maken in de Zijlwetering. Met de beperkte ervaring van een badkuip en een oude roeiboot was dat best een klus, maar aan het eind van de middag zeilden we voor de wind richting het dorp, om daarna jagend terug te keren naar de Hogeboomsebrug.
Als schipper In de zeventiger jaren, waren we op zondagmorgen regelmatig met onze zeuntjes (jonge zeeverkenners) in het najaar te vinden op de Doleindsloot om ze daar de fijne kneepjes van het wrikken en roeien bij te brengen. Deze sloot wordt in de volksmond de Tankgracht -door de Duitse bezetter gedurende WOII aangelegd om het vliegkamp te beschermen- genoemd. Jaren later zou ook daar een jachthaven worden aangelegd voor het Marinepersoneel. De restanten van de Oostmolen en de boerderij ernaast moesten daar voor wijken. (zie foto 1)
De Oostmolen stond langs de Kaswetering, die door de aanleg van het vliegkamp in de vooroorlogse periode deels werd gedempt. Aan de andere kant van de Doleindsloot, vervolgt de Kaswetering zijn natuurlijke loop tot aan Voorlinden aan de Buurtweg. En ook hier vonden zeeverkennersavonturen plaats. Een onderhoudsplaats voor onze vletten gedurende de winterperiode, vonden wij op het land van de boerderij van het echtpaar Van der Kroft-Zoetemelk, op de hoek van de Oostdorperweg en de Hogeboomseweg. (zie foto 2)
Marcel Spierings.

Restanten Oostmolen langs de Kaswetering

Onderhoud Lelievlet langs de Kaswetering

De Oostmolen voordat deze afbrandde