Wie Maaldrift intikt in een zoekmachine voor internet krijgt vele duizenden items voorgeschoteld. Maaldrift is nu het bekendst als bedrijventerrein (er zijn er zelfs al twee). Dat was in 1920 iets anders. Toen werd Maaldrift bekend als een heus vliegveld.
Omstreeks 1900 diende Maaldrift als exercitieterrein en waren er schietbanen. In 1916 kreeg het een bestemming als noodlandingsterrein voor vliegtuigen. Die moesten bij motorstoringen of onverwacht slechte weersomstandigheden over een obstakelvrij grasland beschikken om een tussenlanding te kunnen maken.
Begin 1919 bleek, dat de Britten plannen hadden om een regelmatige luchtlijn te openen tussen Engeland en Nederland. In Nederland zat men echter ook niet stil. In mei ontstond het idee een luchtvaartmaatschappij op te richten. Op 7 oktober 1919 volgde de oprichting van de K.L.M. (Koninklijke Luchtvaartmaatschappij voor Nederland en Koloniën). Albert Plesman kreeg de leiding. Er waren nog geen vliegtuigen en nog geen piloten. Dit eerste jaar werd niet gevlogen. Plesman verzette echter wel veel voorbereidend werk. Begin 1920 verscheen onder de kop “Vliegterrein Wassenaar” in een dagblad de volgende tekst.
“De werkzaamheden op het voor Vliegterrein bestemde terrein onder deze gemeente zijn afgeloopen en de hangars geplaatst. Er zal echter met het aanvangen van den dienst gewacht worden tot het voorjaar, wanneer bestendig weer kan worden verwacht. Voor het vervoer van passagiers van Den Haag naar de Maaldrift zal een autodienst worden ingesteld. De werkzaamheden aan en op het terrein werden onder leiding van luit. Plesman te ’s-Gravenhage uitgevoerd.”
Plesman charterde vliegtuigen en piloten van A.T.&T. (Aircraft Transport & Travel Ltd.), een luchtvaartmaatschappij in Londen. Begin april verscheen een bericht over het succes van de open inschrijving voor de exploitatie van een luchtpostdienst Nederland-Engeland door een Nederlandse maatschappij. Al tien “luchtvaartondernemingen” hadden zich gemeld. “Het landingsstation in Nederland zal in of zeer kort nabij één der drie groote gemeenten Amsterdam, Rotterdam of den Haag moeten liggen. De keuze uit deze drie plaatsen zal mede afhangen van het overleg met de maatschappij waaraan de luchtdienst zal worden opgedragen. Voorloopig zullen alleen brieven en drukwerken per luchtpost mogen worden verzonden, met uitzondering evenwel van stukken met aangegeven geldswaarde, waarvoor het luchtverkeer blijkbaar nog niet veilig of rijp wordt geacht. Boven het gewone buitenlandsche porto zal een extra-bedrag voor den luchtpost moeten worden betaald, de z.g. luchtpostzegel. Dit bedrag zal in overleg met de exploitatie worden vastgesteld. Bevoegdheid tot het medenemen van passagiers zal worden verleend voor zoover de veiligheid van den postdienst hierdoor niet wordt geschaad.” Zou Maaldrift een kans maken?
Arie de Bruin