De Hogeboomseweg is een heerlijk landelijk weggetje waar heel wat gewandeld en gefietst wordt. Een mooi punt in de weg is de brug over de Zijlwatering, vanwaar je een prachtig uitzicht hebt over de omringende weilanden
. Het is een zeer oude weg. Oorspronkelijk liep zij van de Oostdorperweg naar de Zijlwatering, stak de watering over en liep vervolgens in noordelijke richting langs de watering om tenslotte af te buigen naar de Maaldrift. In 1626 kocht het dorpsbestuur deze particuliere weg aan, waarna de Hogeboomseweg werd doorgetrokken van de Zijlwatering naar het Ammonslaantje.
Aan de Hogeboomseweg, niet ver van de Oostdorperweg, stond een pachtboerderij van de Abdij van Leeuwenhorst, bewoond door Cornelis Wouterszoon en zijn gezin. In een akte uit 1584 wordt opgemerkt dat hij toen woonde bij de Hogenboom. Sommige van zijn nazaten namen de familienaam Hogenboom aan, anderen noemden zich Hogewoerd naar een perceel land ten noorden van de boerderij.
Op de vraag, waaraan de Hogeboomseweg haar naam ontleent, heb ik een antwoord proberen te geven in mijn boek over de geschiedenis van de straatnamen in Wassenaar, dat in 1989 verscheen. Op verschillende oude topografische kaarten, onder andere een uit 1660, staat het deel van de weg tussen de Oostdorperweg en de Zijlwatering vermeld als ‘padt naar den Hoogenboom’ en het volgende gedeelte als ‘voetpadt van den hogenboom’. De hogenboom moest dus aan de Zijlwatering te vinden zijn geweest. Ik dacht daarbij aan een hoge, opvallende boom, hoewel die op geen van de kaarten staat afgebeeld.
De naam Hogenboom kwam in 2001 weer aan de orde in een artikel van de hand van Paul de Kievit en ondergetekende, een uitgebreid verhaal over de geschiedenis van de Johannushoeve (Oostdorperweg 208) dat verscheen in het Jaarboek Die Haghe. Dit artikel trok de aandacht van het P.J. Meertens instituut in Amsterdam. Een medewerker koppelde de gegevens uit het Wassenaarse artikel aan een studie over voetbruggetjes in het Gooi en kwam vervolgens met de juiste oplossing van het raadsel. Een hogeboom blijkt een oude naam te zijn voor een klein type voetgangersbrug; een houten brug die vrij hoog is, zodat schepen er makkelijk onderdoor kunnen varen. In andere delen van ons land wordt zo’n brug aangeduid als een ‘kwakel’.
Het was dus de brug, en niet een hoge boom, die ons landelijke weggetje aan zijn naam heeft geholpen. De houten kwakel van weleer is natuurlijk allang verdwenen, zoals ook de stenen opvolger vele malen van gedaante is gewisseld. Ga nog eens staan op die stenen brug, geniet van het uitzicht en denk aan dat houten bruggetje van lang geleden.
Robert van Lit