In de eerste aflevering zagen wij dat de exploitatie van de Papeweg floreerde. Maar helaas, de inkomsten bleven na verloop van tijd achter bij de uitgaven. De toltarieven lagen vast en de uitgaven stegen gestaag.
Bovendien moest aan de weg groot onderhoud worden gepleegd. In 1868 werd voor het eerst geen dividend uitgekeerd en vanaf 1879 bleef dit geheel achterwege. Dit kon op den duur niet goed gaan. De ondergang dreigde. Maar als de nood het hoogst is ……. Eind oktober 1881 ontving de commissie een brief van de firma Crans en Co die wel een stoomtramweg van Leiden over Voorschoten en Wassenaar naar Den Haag wilde aanleggen. De brief van de concurrerende firma Wille Piccaluga & Co kwam net vier dagen te laat, omdat er al met Crans en Co werd onderhandeld. Kennelijk liep dat op niets uit, want in juni 1882 werden nieuwe onderhandelingen geopend met IJsel Stoomtram Maatschappij, die een spoor wilde aanleggen van Leiden over Voorschoten naar Wassenaar. Deze maatschappij was erg gretig en liet weten haast te hebben. De commissie buitte dit dan ook ten volle uit. Het smalspoor zou in de Leidse berm van de Papeweg komen. De maatschappij zou opdraaien voor alle schade aan de weg en het onderhoud van de bruggen over de drie weteringen voor zijn rekening nemen en bovendien jaarlijks een bedrag van f 500,- aan de commissie betalen. Voor nakoming van de overeenkomst werd een borgsom van f 2000,- betaald. In februari 1883 kwam de vergunning voor dit project af. In Wassenaar zou de lijn van de gemeentegrens over de Lange Kerkdam tot 90 meter van het oostelijkste huis van de kom der gemeente lopen. En aldus geschiedde (Zie foto). Maar of nu het passagiersaanbod tegenviel of de lasten van de lijn toch te hoog waren, in 1893 was de lijn al weer opgeheven en verviel deze mooie bron van inkomsten voor de commissie. Nu was er in 1882 en 1883 al korte tijd sprake van een omnibus die de verbinding over de Papeweg onderhield en kennelijk werd opgeheven ten faveure van het spoor. Met het verdwijnen van het spoor werd dit hiaat dan ook onmiddellijk weer opgevuld door een nieuwe omnibuslijn. Ook voor deze omnibus werd per jaar f 300,- gulden betaald, waardoor de schade voor de commissie nog meeviel. Tot 1918 werd deze lijn geëxploiteerd door de Wassenaarse horeca-uitbater A.W. Beiersbergen. Toch zouden ook deze neveninkomsten op den duur het tij niet kunnen keren want de kosten bleven stijgen (wordt vervolgd).
Bijschrift bij de foto: Stoomtram van de IJssel Stoomtram Maatschappij. Trams van dit model, locomotieven 40 pk en een gewicht van 8 ton, personenwagons voor 28 passagiers, verzorgden ook de dienst op Wassenaar.
Rob Huijbrecht