Het einde van de beroepsvaart in Wassenaar
Naast de beurtschippers hadden ook andere ondernemers hun thuisbasis in de haven aan de Oostdorperweg, zoals bloembollenkweker Gijbertus Gardien met zijn 15-tons motorschip en Cornelis Meurs, de waard van het “Wapen van Wassenaer” aan het Plein, die tevens graanhandelaar was. Zijn ijzeren boot “Onderneming II” was bijna 21 meter lang, mat 46 ton en had een acht (!) pk motor. Iets bescheidener was het 22-tons motorschip “Maria” van vrachtschipper Jacobus Cornelis van der Ham.
Hoewel de motorvaart een aanzienlijke verlichting bracht in het werk van de bemanning, vergde zo’n machine wel iets meer aandacht dan we nu gewend zijn. Starten ging bijvoorbeeld niet met een handig knopje. Een zoon van schipper Van der Ham herinnerde zich dat zijn vader ‘s morgens voor vijven naar de haven liep om de cilinderkop een half uur voor te verwarmen met een benzinebrander. Daarna werd met handen en voeten het vliegwiel in beweging gebracht en startte de motor. Tegen die tijd arriveerde de rest van de bemanning. Die had eten voor onderweg ingeslagen bij kruidenier Theodorus van der Holst, die zijn winkel had aan de haven naast café “Flora”. Vervolgens kon afgevaren worden. Soms was de lading die bij terugkomst in de haven gelost moest worden zo zwaar dat de schipper een ploeg sjouwers inhuurde.
In verband met de toegenomen scheepvaart, bijna 500 vrachtboten per jaar, werd de haven in de jaren 1920 verbreed en kreeg de vorm die we nu nog kunnen zien. Dat scheelde trouwens maar een haar. Begin jaren 1950 had de gemeente serieuze dempingsplannen. Die gingen op het nippertje niet door, mede doordat jaarlijks nog ruim 200 schepen de haven bezochten met lading van of voor Wassenaarse bedrijven. Hieronder waren twee kolenhandelaren en de firma Scheffer en de Haan. Deze houthandel had sinds 1924 een loods aan de haven en ontving in 1954 nog minstens vijftien scheepsladingen gezaagd naaldhout, afkomstig van zeeschepen te Amsterdam. Gaandeweg was er steeds minder beweging in de haven. In de jaren 1960 lagen er meer woonboten dan vrachtschepen. Een decennium later was de rol van de vrachtvaart in Wassenaar geheel overgenomen door de vrachtauto. Langzamerhand werd de dorpshaven aan de Oostdorperweg alleen nog bezocht door vrijetijdsschippers. De exploitatie ging over van de gemeente naar de in 1966 opgerichte “Watersportvereniging Wassenaar”. Slechts het beeld "Sjouwer", door Gerard Brouwer, herinnert nog aan de drukte en het vele handwerk dat vroeger nodig was bij het laden en lossen van de schepen.
Albert Clobus

Een aak met bemanning aan dek, daarnaast een groep sjouwers die een bordje ophouden met opschrift: “Wassenaarsche Steen Ploeg”. Op de kade smalspoorrails met spoorwagentjes, waarvan één geladen met bakstenen. Het laatste vrachtje? Het paard en de voerman staan klaar om weg te rijden, misschien naar een woningbouwproject in Oostdorp. Rechtsachter aan de Oostdorperweg café “Flora”, nu “Rooie Cor” (foto gemaakt tussen 1912 en 1920, collectie Robert van Lit).