Zo tot 1900 was het de gewoonte om de kinderen die de kinderboeken bevolkten, braver dan braaf te laten zijn en soms zelfs een beetje geniepig. Toen de bekende schoolmeester uit ’s Gravenhage Jan Ligthart in zijn blad ‘School en Leven’ schreef, dat hij zo’n plezier had beleefd aan het boek Dik Trom stak er dan ook een storm van protest op. Boeken als Pietje Bell en Dik Trom dienden verboden te worden. De tere kinderzieltjes waren immers niet bestand tegen de kwajongensstreken van Pietje en Dik. Ligthart legt in voornoemd weekblad uit waarom hij van mening is dat kinderen dit soort boeken juist wél moeten lezen. “Ik hoop, dat niemand mij verdenken zal van eenige antipathie tegen dien lekkeren Dik Trom. Zijn geschiedenis wordt in mijn school iederen cursus voorgelezen, maar wat zijn historie toch voor de jeugd zoo aantrekkelijk maakt boven die van menig anderen boekenheld, ’t is niet anders dan dat onze Dik telkens en telkens weer… over het kantje gaat. Voor avontuurlijke geesten als bijna alle kinderen zijn, is er niets zoo spannend en genotrijk als zelf even over die kantjes te wippen, of bij te wonen, dat anderen er zich aan wagen. Menig gevierd kinderboek dankt zijn triomftocht aan de vrijmoedigheid, om niet te zeggen de brutaliteit, waarmee zijn held of heldin alles trotseert. De fortuin is met de stoutmoedige.”
De schrijver van Dik Trom, Cornelis Johannes Kieviet werd op 3 maart 1858 in Hoofddorp geboren. Hij groeide op in een gezin met elf kinderen, waarvan drie – onder wie Cornelis zelf - de kans kregen om schoolmeester te worden en dat was al heel wat in die tijd. Na kwekeling en hulponderwijzer geweest te zijn, ging hij in Lisse en Den Haag werken om tenslotte als hoofdonderwijzer in het dorpje Etersheim in de buurt van Hoorn benoemd te worden. Het betrof hier een eenmansschooltje en hij woonde dan ook met zijn vrouw en twee kinderen naast het klaslokaal. Hij was van mening, dat kinderen goeie boeken moeten lezen, maar waren die er wel? Hij vond van niet en ging ze dus maar zelf schrijven. Zijn eerste boek ‘De neven’ verscheen in 1890. Er zouden er nog zo’n 50 volgen, waaronder het boek ‘De geheimzinnige koepel’, dat in ons eigen dorp speelt en het veelgelezen ‘Fulco de Minstreel’. Erg tevreden was Cornelis niet over zijn eerste boeken. Ze waren veel te braaf en mede daarom schreef hij ‘Uit het leven van Dik Trom’. “Dik Trom is een eerlijke, brave jongen. ’n Bijzonder kind, dat is ie. En kan hij het helpen dat sommige dingen misgaan?” Dit boek werd nauwelijks verkocht, maar toen Johan Braakensiek, de bekende tekenaar van spotprenten, het boek geïllustreerd had, liep het anders. Ze vlogen de boekwinkel uit. Rond 1910 werd hij schoolhoofd in Zaandam en hier is hij tot 1917 blijven werken. Hij was toen 59 en is in verband met gezondheidsproblemen met vervroegd pensioen gegaan. Wél bleef hij nog schrijven en dit deed hij vanaf dit jaar in één van de mooiste dorpen van ons land, Wassenaar,waar hij woonde op Lange Kerkdam 89. Op 10 augustus 1931 is Cornelis gestorven.
Carl Doeke Eisma