Op 19 november 1822 werd te Amsterdam Eliza Carolina Ferdinanda Fleischacker geboren. Toen haar moeder in 1828 met Johannes Schiotling trouwde, echtte hij Eliza en zo werd zijn achternaam aan de hare toegevoegd.
Op 6 mei 1853 trad Eliza in het huwelijk met Herman Carel van Calcar en ik zou me kunnen voorstellen, dat deze naam u wél bekend voorkomt, al was het alleen maar omdat hij burgemeester van Wassenaar is geweest. Ze werd dan ook bekend onder de naam Elise van Calcar. Haar jeugd is verre van gemakkelijk geweest. Ze had een zwakke gezondheid en er waren vaak financiële moeilijkheden thuis. Aanvankelijk lukte het leren lezen ook niet erg, maar nadat haar moeder een spel bedacht had, zodat ze de letters uit elkaar kon houden, ging dit veel beter. Ze wilde graag onderwijzeres worden en toen ze zestien jaar oud was, slaagde ze voor het examen van hulponderwijzeres. Hele dagen lesgeven bleek echter te zwaar en daarom werd ze gouvernante bij een adellijke familie.
Vanaf die tijd is ze boeken en artikelen gaan schrijven. Kinderboeken en (historische) romans. We kunnen haar als één van de eerste feministen van ons land beschouwen. Zo pleitte ze voor onderwijsverbetering voor vrouwen. Slechts met een hoge ontwikkeling kon een vrouw als moeder én als vrouw goed functioneren in het gezin, zo meende zij. Nadat ze kennis genomen had van het werk van Fröbel, begon ze zich in te zetten voor een goede opvoeding van kinderen. In 1864 werd ze door minister J.R. Thorbecke benoemd tot inspecteur voor het bewaarschoolonderwijs. Een jaar later richtte ze in Leiden de vereniging Het Nederlandsch Opvoedingshuis op. Hier werden meisjes opgeleid voor het vrouwelijk leven in den ruimsten zin. In 1866 werd deze school naar Wassenaar verplaatst. In 1873 werd de school opgeheven, onder meer door geldgebrek. In de verhandeling De dubbele roeping der vrouw (1872) bepleitte ze nogmaals het belang van onderwijs voor vrouwen. Eenzijdige, huiselijke opvoeding alleen was onvoldoende. Onvoldoende voor de gehuwde vrouw, omdat deze te zeer ten achter bleef bij hare wederhelft en hare moreele moederplichten niet behoorlijk volbrengen kon…
Bij haar overlijden – 13 juli 1904 – werd in het blad Evolutie geschreven Als vele der voormoederen geweest waren als deze vrouw, er zou, al ware er dan ook misschien geen mannenquaestie, voorzeker nooit een vrouwenquaestie zijn ontstaan.
Carl Doeke Eisma