Er gaat geen dag voorbij dat ik niet schrijf.
De rest van het leven valt me doorgaans zó tegen.
Enkele jaren geleden schreef ik een viertal stukjes over De Pauwhof -een vakantiehuis voor kunstenaars en literatoren-. Het laatste stukje (mei 2004) begon met de zin: Dat het laatste woord over De Pauwhof nog niet gezegd (laat staan geschreven) is, bleek mij uit de Volkskrant van 14 februari 2003.
Kennelijk is die opmerking nog steeds van kracht want in diezelfde krant van 5 januari 2007 kwam deze villa weer ter sprake en wel in een artikel over de schrijfster Mensje van der Steen (1946). Nu kan ik me voorstellen dat deze naam u weinig zegt. Ze is dan ook bekend geworden onder haar pseudoniem: Mensje van Keulen. En om misverstanden te voorkomen: die twee regels onder de titel komen uit haar pen. Die eerste onderschrijf ik, die tweede zeker niet.
Onlangs is er een boek van Mensje verschenen, getiteld De laatste gasten. Tijdens het schrijven van dit boek heeft ze gebruik gemaakt van enkele aantekeningen, die ze in De Pauwhof opgeschreven heeft. De villa –op dit moment is de ambassade van Bangladesh er in ondergebracht- wordt als volgt omschreven: een landhuis waar intellectuelen en kunstenaars tijdens de gezamenlijke maaltijden bekakt kwetterden en elkaar hoffelijk zaten uit te horen. De bewoners waren types die zich van de buitenwereld hebben afgezonderd; niet zozeer om de kunst te dienen, maar om de confrontatie met hun mislukking te ontlopen. In 1976 heeft ze er aan een verhaal gewerkt, maar daar kwam toen weinig van terecht. Vele jaren later –in 2006- kwam het wel tot een publicatie in de vorm van een dagboek: Alle dagen laat.
Huize d’Meihof nabij knekelveld Zorgvlied aan de Amstel, zoals de villa in haar laatste boek heet, doet sterk aan De Pauwhof denken evenals enkele bewoners ervan. Het gaat dan om “een studente van een jaar of vijfendertig die kijkt of ze ieder moment in huilen uit kan barsten, de dweepzieke weduwe van een artistieke dwerg, het bescheten echtpaar Termaat en de schilder Bouke.”
Mocht een van u een vermoeden hebben wie er achter deze omschrijvingen schuilgaan dan zou ik dat graag van u horen. Huize d’Meihof kan overigens alleen voortbestaan omdat de directrice “met de regels van het huis rommelt”.
Zo ziet u maar weer; een auteur heeft het recht haar of zijn wereld te scheppen. In werkelijkheid zal het er iets anders zijn toegegaan mag ik hopen.
Carl Doeke Eisma
De omslag van de roman Mensje van Keulen. Amsterdam 2007.