Laten we de pijn van wrange woorden, als het kan, vermijden.
Uit: Zoals twee boten
In het artikel met nummer 168 uit deze rubriek over Ida Gerhardt schreef ik, dat haar zus Truus begraven ligt op de begraafplaats naast de Dorpskerk en dat ze ook gedichten gepubliceerd heeft.
Geertruida Gerhardt werd op 22 augustus 1899 in Rotterdam geboren. Ze bezocht – evenals Ida - het gymnasium in Rotterdam, waar de dichter J.H. Leopold (1865-1925) les gaf in de klassieke talen en mede door zijn toedoen is ze gedichten gaan schrijven. Truus heeft zelf nooit in Wassenaar gewoond, maar de man, waar ze bijna acht jaar mee getrouwd was, Sidney van den Bergh (1898-1977) en haar schoonvader, Samuel van den Bergh (1864-1941), wél. De relatie tussen beide zussen is niet altijd goed geweest, zoals ook blijkt uit de volgende zin, die Truus over Ida schreef: “Zus, over wie ik nooit anders dan in bitterheid denk.” Dit neemt niet weg, dat Ida met betrekking tot de begrafenis van haar oudere zus – ze overleed op 13 februari 1960 in Den Haag – in de bundel: De Hovenier, het gedicht: Met volstrekte eer, publiceerde, waarin de volgende regels voorkomen:
Er kwamen paarden in de witte sneeuw
te Wassenaar voorbij het dorpskerkhof
de dag dat daar mijn zuster was begraven.
Er zijn drie bundels met gedichten van Truus uitgegeven. Het volgende gedicht komt uit de bundel: De engel met de zonnewijzer (1935):
Steenanjer
Dit is de roode bloem, die op de steenen leeft,
de levensdrift, die uitbreekt door de rotsen heen;
de droppel fonklend bloed – uit grauwe steen
geweld – waarin nog heet de hartstocht beeft
en dolle heerschzucht der gestolde machten:
van ’t woedend magma, dat tot rots versteef
en met zijn laatste, kantelende krachten
zijn bloed als bloesems uit de steenen dreef.
Carl Doeke Eisma