Dirk Volker Nijland is op 15 juli 1914 in Rhoon, een plaatsje vlakbij Rotterdam, geboren. Het gezin bestond uit Dirk Hidde Nijland die kunstschilder was, jonkvrouw Marie van der Meer de Walcheren en vier kinderen. Toen Dirk vier jaar was, liet zijn vader een huis bouwen in Wassenaar op het adres Jagerslaan 4.
Dit huis werd het Roze Huisje genoemd omdat de buitenmuren in de kleur roze geverfd waren. Dit huis staat er nog steeds, al zijn de muren op dit moment wit. Het huisnummer is thans 11. Bekende kunstenaars uit die tijd zoals Bart van der Lek, John Raedecker, Jan Altorf en Charley Toorop kwamen hier vaak op bezoek en zo heeft Dirk Volker waarschijnlijk zijn vrouw leren kennen. Hij is op 25 mei 1937 getrouwd met de dochter van Charley Toorop, Annie Charley Fernhout. (Charley Toorop was korte tijd getrouwd met Henk Fernhout.) Dirk en Annie zijn in Den Haag gaan wonen. Ze kregen een zoon die Dirk Johannes genoemd werd. Dirk Volker wilde net als zijn vader kunstschilder worden en mede daarom woonde hij een tijdje in Parijs. Toch besloot hij over beeldende kunst te gaan schrijven en het schilderen achter zich te laten. Zo heeft hij kunstkritieken in het dagblad ‘Het Vaderland’ geschreven. Zijn eerste roman Fineer schreef hij tijdens de Tweede Wereldoorlog en dit boek is in 1946 verschenen. Uit het Wassenaars adresboekje van 1947 blijkt dat hij in dat jaar, samen met zijn vader enige tijd op het adres Jagerslaan 4 gewoond heeft. Dirk Volker Nijland is op 12 februari 1985 in Rotterdam overleden.
Zijn werk
Met gebruikmaking van het pseudoniem G. van de Walcheren heeft hij enkele romans geschreven waaronder in 1963 De krekels van de ziel. In 1956 kreeg hij de Bijenkorff-literatuurprijs voor de roman Scherven langs de hemel en in 1960 kreeg hij een opdracht van het Ministerie van Onderwijs Kunsten en Wetenschappen om een roman te schrijven. Het gaat hier om de roman Des Duivels die de wederwaardigheden van enkele jongeren tijdens hun puberteit beschrijft. In de editie van 1961 van het letterkundig tijdschrift De Stem, las ik het volgende over zijn manier van schrijven: “Zijn romans zijn voortreffelijk geschetst in een flitsend dynamisch proza, dat zich met korte zinnetjes en vele dialogen vlot laat lezen”. Dat de meningen kunnen verschillen, blijkt wel uit de zin die ik over zijn werk in het Lectuur-repertorium 1939-1946 aantrof: “In hooggespannen lyrisch-theorethischen trant schreef hij een verward en onverteerbaar werk”. Het kan verkeren, zoals de lijfspreuk van G. A. Bredero luidt.
Carl Doeke Eisma

Een deel van een zelfportret van D.V. Nijland in 1937 gemaakt
De omslag van het boekje De krekels van de ziel (1963)