Marten Apperloo is op 3 december 1906 in Oldeouwer geboren. Dit is een dorpje aan het Tjeukemeer in Friesland. Zijn vader was turfsteker en Marten moest hem vaak helpen met als gevolg dat hij niet naar school kon gaan. Toen hij zestien jaar oud was, ging hij bij een melkfabriek werken. In die tijd kreeg hij enkele lesboeken van de Kweekschool in handen en met hulp van een plaatselijke schoolmeester gaf hij zich op voor het examen voor de lagere akte.
Hij slaagde met hoge cijfers en mocht zich toen kwekeling met akte noemen. Hij heeft op diverse scholen in ons land gewerkt en op een school in Beetsterzwaag leerde hij zijn vrouw Joukje Brouwer kennen. In 1931 zijn ze getrouwd en ze zouden zeven kinderen krijgen. ’s Avonds studeerde hij tot diep in de nacht en zo heeft hij na de hoofdakte enkele lagere en middelbare akten behaald. Hij heeft ook nog pedagogiek bij professor Ph. Kohnstamm gestudeerd. Tot en met de Tweede Wereldoorlog bleef hij werkzaam in het onderwijs. Zijn laatste school lag in Naaldwijk. In 1944 werd hij secretaris van de Hervormde Raad van Kerk en School en dit zou hij tot 1951 blijven. In dat jaar vertrok hij met vrouw en kinderen naar Australië waar hij namens het ministerie van Sociale Zaken de nazorg van Nederlandse emigranten op zich nam. In 1956 kwam hij weer terug. Hij heeft vervolgens twee jaar op datzelfde ministerie gewerkt en is in 1958 naar Friesland teruggegaan. Zijn vrouw is in 1970 overleden en hij is hierna getrouwd met Bina Halbesma. In 1971 werd hij Ridder in de Orde van Oranje Nassau. Op 8 maart 1978 is Marten in Gorredijk overleden.

Dit boek verscheen in 1957
Van 1944 tot 1958 – met onderbreking van de tijd dat hij in Australië woonde - heeft hij op het adres Storm van ’s Gravesandeweg 74 gewoond. Hij is al op jonge leeftijd boeken gaan schrijven zowel in het Fries als in het Nederlands, met titels als: Als de heide bloeit, De laatste tocht en De gulden Draeck. Ook schreef hij een kinderbijbel, schoolboekjes en een onderwijsmethode.
In de Nieuwe Leidsche Courant van 25 januari 1958 staat een interview met hem dat als volgt begint: “Het kan je overkomen dat je aan geen interview meer denkt tot het ogenblik waarop de klok je maant voor de laatste tram. Dat overkwam mij bij de schrijver Marten Apperloo, die onlangs weer, na vijf jaar Australië, in Wassenaar is neergestreken met zijn groot en gezellig gezin. Je bent daar gauw thuis. Zonder elkaar te hinderen gingen alle tien gezinsleden, op zaterdagavond verzameld en toch verspreid in de tot één groot woonvertrek doorgebroken suite, hun eigen gang.” Hij is gewend om tegen de stroom op te roeien las ik in een ander artikel en dat is zonder meer waar, wat een doorzettingsvermogen!
Carl Doeke Eisma