Alweer zo’n twee jaar geleden schreef ik een artikel in deze rubriek over de kinderboekenschrijver C. Joh. Kieviet. Vanaf 1917 tot aan zijn dood in 1931 heeft hij op de Lange Kerkdam 89 in ons dorp gewoond. Ik vroeg me af of zijn roman De moord bij den Hertenkamp in Wassenaar gesitueerd is.

Na enig zoekwerk leerde ik een Kievietdeskundige kennen en hij verzekerde me dat dit zonder twijfel het geval is. Mijn nieuwsgierigheid was gewekt en ik ging op zoek naar het betreffende boekje. Ik kwam er al snel achter dat het vrijwel onmogelijk is om hiervan nog een exemplaar te pakken te krijgen. Het is in een kleine oplage in 1930 verschenen en zelfs het museum Het schooltje van Dik Trom in Etersheim, gesitueerd in een oud schoolgebouw, waar Kieviet als hoofdonderwijzer gewerkt heeft, geeft via een site aan alle boeken van Kieviet in bezit te hebben op één na, en laat dat nu net De moord bij den Hertenkamp zijn. Met enige regelmaat bezocht ik via internet antiquariaten en wanneer ik langs de boekenkramen op een boekenmarkt liep, zocht ik in eerste instantie naar dit boekje, maar helaas…
Echter, onlangs werd het zowaar te koop aangeboden via Boekwinkeltjes op internet en nu ligt het hier voor me. Het gaat hier overigens niet om een kinderboek. Als gevolg van een weddenschap heeft Kieviet twee detectiveromans voor volwassenen geschreven en dit is er één van. Het wordt zeker niet tot zijn beste boeken gerekend, maar we moeten ons wel realiseren dat het schrijven van detectives nog in de kinderschoenen stond in ons land. Ik kan maar één professionele schrijver van dit genre in die tijd noemen en wel Jakob van Schevichaven (1866-1935) beter bekend onder zijn pseudoniem Ivans.
Het grootste gedeelte van het verhaal speelt zich af op een landgoed hier in Wassenaar: “Rondom dat prachtige buitengoed, aan den Groot-Haesebroekscheweg, in Wassenaar, het heet geloof ik de Berkenheuvel, was een groot Hertenkamp aangelegd, de trots van den eigenaar. De eigenaar moet enorm rijk zijn en hij heeft zijn kantoor in Rotterdam.” Met enige vrijheid verwijst Kieviet hier hoogstwaarschijnlijk naar de huidige villa Groot Haesebroek die in 1928/1929 gebouwd is. De toenmalige eigenaar, Anton Kröller had zijn kantoor aanvankelijk ook in Rotterdam.
Van de gele tram die in die tijd nog door ons dorp reed, wordt met enige regelmaat gebruik gemaakt en de halte Kerkdam wordt met name genoemd. Na alle mogelijk verwikkelingen wordt de moordenaar uiteindelijk in de kraag gevat en het blijkt de jager te zijn die in het sierlijke huisje bij de ingang van de Hertenkamp woont. Ook nu weer heeft Kieviet gebruik gemaakt van de werkelijkheid. Er heeft tot in de jaren zeventig van de vorige eeuw een vergelijkbaar huisje bij de ingang van de huidige Hertenkamp gestaan.
Ik stel me zo voor dat de bedenker van Dik Trom op z’n minst ter plaatse een kijkje is gaan nemen toen hij besloten had deze detectiveroman te gaan schrijven.
Carl Doeke Eisma