Eerder, in aflevering nr 55, werd aandacht geschonken aan het eeuwenoude 'afzanden' van binnenduinen, teneinde landbouwgrond te winnen, later vooral voor de bollenteelt. Dat ging toen vooral met paarden en wagens en met schepen. Maar de wind zorgde ook voor zandtransport, dan echter onbedoeld. Bekend is dat de nederzetting Berkhey die ten noorden van Wassenaar lag, in de zeventiende eeuw gaandeweg onderstoof. Niet erg duidelijk is of dat onderstuiven ertoe bijdroeg dat de bewoners vertrokken, of dat de bewoners om andere redenen wegtrokken en Berkhey daarna geleidelijk onder het zand verdween. Misschien beide. Het overstuiven van land was hoe dan ook een zorgelijk verschijnsel. De duinen waren veel minder begroeid dan thans het geval is. Het moeten echt stuifduinen geweest zijn. In het oudst bewaard gebleven besluitenboek van het Ambachtsbestuur (van Wassenaar en Zuidwijk) is in 1631 een verslag opgenomen van de "geswooren landmeter" Floris Jacobsz, dat hij enkele jaren daarvoor maakte: "In februarij 1628 gemeten bij mijn ondergestelt ten versoucke vande gemeene eijgenaers van de wooninge ende landen gelegen in Wassenaer aende duyncant dwelcke al over lange jaren zijn overstoven met het duijn Sant …". Hij schrijft dat nog dagelijks "veel goede weijden ende saijlanden werden overstoven zoodat daer tegen woordich veel conijns bergen ende gaten zijn…." en dat ze aldaar "tegenwoordich niet op en connen saijen ofte weijden". In totaal heeft hij bij dertien eigenaren 92 morgen (80 ha) ondergestoven land gemeten. Het Ambachtsbestuur ging in 1631 nog eens poolshoogte nemen en stelde vast dat de door de landmeter gegeven beschrijving correct was. Het was niet zo dat men er niets aan probeerde te doen. Jaarlijks werd de aanplant van 2 morgen (1,7 ha) duinterrein met helm aanbesteed. Dat was een betrekkelijk vaste gewoonte geworden. In september 1632 schrijft het bestuur "de twee margen helm te planten voor het deurp naer ouder gewoonte…". En in 1633 is het "de twee margen buijrhelm …". Het woord "buijr" (buur) geeft aan dat de kosten omgeslagen werden over de buurt- of dorpsgenoten. Die bedroegen in die tijd voor de 1,7 ha ongeveer 14 gulden. Dat is nog vele jaren doorgegaan. En in 1727, zo ongeveer honderd jaar later dus, wanneer op verzoek van het Hoogheemraadschap een lijst van duingebieden (men onderscheidt er tien) is samengesteld, is het overstuiven nog altijd een punt van zorg. En men stelt vast dat de overstuivingen door deze duinen zouden voorkomen kunnen worden door de konijnen die er nog voorkomen uit te roeien, daar deze de helmbeplanting beschadigen.
Albert Niphuis.