Het feit dat op Lentevreugd, het bollengebied ten westen van de weg naar Katwijk, de bollen plaats maken voor natuurontwikkeling, trekt op gezette tijden de aandacht. Velen ervaren het als erg ingrijpend. Ook uit historisch oogpunt is het zeker opmerkelijk. Eeuwenlang zijn in Wassenaar duinterreinen tot zo'n 70 cm boven de grondwaterspiegel 'afgezand', met het oogmerk om teelland te vormen. En zo ontstond wat men bij uitstek een cultuurlandschap zou kunnen noemen. Dat is vanaf de Katwijkse weg ook heel goed te zien. In de verte ziet men de duinen vrij steil oprijzen, terwijl de wind aan de lijzijde normaliter toch geen steile hellingen vormt. De wind maakt klingen en dalen (kling-en-dael). Ook aan de oostzijde van de Rijksstraatweg, meteen ten zuiden van de Horsten ziet men bij het voormalig bloembollenbedrijf Van de Marel, een duidelijk voorbeeld van een gedeeltelijk afgegraven strandwal.
"Eeuwenlang … afgezand" schreef ik. In ons onvolprezen gemeentearchief vond ik van 1652 een "Quohier van alle affgesande ende affgekarde landen gelegen inden Ambachte van Wassenaer en Suytwijck". Ook van 1653 en 1694 zijn zulke lijsten aanwezig. Voor zover viel na te gaan ging het destijds bij de overheidsbemoeienis niet om landschappelijke waarden, maar uitsluitend om belastingheffing, de verpondingen. Aan de Staten van Holland en West-Friesland vonden afdrachten plaats naar rato van de huurwaarde van het onroerend goed in de Ambachten. OZB zeggen we tegenwoordig. Van tijd tot tijd vond een vernieuwing (redres) van de belastinggrondslag plaats. In de zeventiende eeuw gebeurde dat in 1632, 1660 en 1694. Van laatstgenoemd jaar is er dan ook een "Lijste van de Geestlanden onder Wassenaer en Zuidwijk afgesand sedert de jaere 1660 met expressie van de grootte ende de [huur]prijs daar op deselve gesteld sijn ingevolge en tot voldoeninge van't aanschrijven van de Ed. Mog. Heeren gecommitteerde Raden van de Ed. Groot Mog. Heren Staten van Holland en westvriesland in dato den 27 julij 1694". Tussen 1660 en 1694 werden 41 morgen (ca 35 ha) afgezand. Gezien de namen die op de lijst van belastingplichtigen voorkomen was het niet iets voor de kleine man, o.m. Jonckheer Johan van Santhorst, de erfgenamen van Raephorst, Amelis van de Bouchorst, de heer van Vileroij, de heer van Wassenaer en de heer de Thouars. In de achttiende eeuw wordt de belastinggrondslag veel frequenter herzien. In de jaren twintig en dertig van die eeuw wordt aan de Ed. Mog. Heeren om de paar jaar mededeling gedaan inzake de "nieuw getimmerdens" (nieuwe huizen en schuren) en "afgesande Landen". Zulke landen, na deze eeuwenoude activiteit weer ongebruikt laten heeft inderdaad iets van een keerpunt in de geschiedenis.
Albert Niphuis