In nummer 234 van deze rubriek schreef ik een stukje onder de titel: Natuurschoon in Wassenaar. Ik haalde onder andere een tekst uit Het Vaderland van 23 november 1930 aan. Hierin werd voorzichtig duidelijk gemaakt dat het afgraven van duinen in de buurt van ons dorp nu niet zo verstandig was. Dit afgraven “valt in hooge mate te betreuren” zo staat er. Het afgegraven zand werd voornamelijk gebruikt bij het bouwen van nieuwe woonwijken in Den Haag en bovendien lagen er plannen om Rijksdorp uit te gaan breiden. Onlangs kwam ik in Het Volk, dagblad voor de arbeiderspartij van 28 januari 1931 een artikel over ditzelfde onderwerp tegen. De toon hiervan is iets forser zoals uit de rest van mijn verhaal zal blijken.
“Een van de meest ontstellende verwoestingen van natuurschoon is nu wel de afgraving van het imposante hooge duin aan het begin van den Wassenaarschen Slag, een kwartier gaans van dorp Wassenaar. De raad van Wassenaar heeft een van zijn somberste besluiten genomen, toen het de N.V. Bouwgrondmaatschappij ‘Duinrell’, welke uitsluitend is opgericht om haar aandeelhouders met de opbrengst van het verkochte zand de beurs te spekken, vergunning gaf de duinen af te graven. Blijkens den tekst van het bedoelde raadsbesluit hebben zakelijke ooverwegingen uitsluitend den doorslag gegeven. Afgezien van het feit dat het rijden met de zware transportwagens groote schade heeft berokkend aan de wegen en straten van Wassenaar, staat men er bij het aanschouwen van deze reusachtige natuurvernieling, meer dan verbaasd over, dat de gemeenteraad van Wassenaar niet reeds lang op dit rampzalige raadsbesluit is teruggekomen. Dat zoiets door een overheid kan worden gedeeld, is voor ons onbegrijpelijk. Een enorme hoeveelheid zand is reeds afgegraven. Het is een wreede desillusie voor degenen die meenen, dat in een gemeente als Wassenaar het natuurschoon veilig is. Maar menschen, die zelf op fraaie buitens wonen en van oordeel zijn, dat ook zand hun rijkdommen vermeerderen kan, zijn over het algemeen weinig idealistisch en sociaal-voelend aangelegd.”
Zo, nu hoort u het eens van een ander. Ik kan me niet voorstellen dat Het Vaderland - zeker in 1930 - een dergelijke toon zou aanslaan. De redactie van het socialistische dagblad Het Volk zag hier - al of niet terecht - een prima kans liggen om duidelijk te maken hoe ze over die “menschen die op fraaie buitens wonen” dacht.
Hoe is de situatie van dit gebied op dit moment?
We hebben het over het terrein aan het begin van de Wassenaarse Slag, de Klip genaamd. Deze naam slaat op het feit, dat er door het afgraven steile hoogteverschillen van wel 20 meter zijn ontstaan. Tot 1950 werd hier zand afgevoerd en hierna werden er bloembollen geteeld. Omdat het gebruik van verdelgingsmiddelen zeker niet bevorderlijk is voor het winnen van drinkwater is de laatste bollenkweker in 1994 uitgekocht. Vervolgens werden er duinbeken gegraven en mede hierdoor ontstonden er hoogteverschillen al zijn die niet te vergelijken met de oorspronkelijke duinen. Zo is er een duinvallei ontstaan waar de typische planten en dieren voor zo'n gebied weer teruggekeerd zijn. Men heeft kennelijk zijn best gedaan om die "ontstellende verwoesting" enigszins terug te draaien en dat is aardig gelukt zo te zien.
Carl Doeke Eisma

Foto: Gemeentearchief