In 1827 is er een vacature voor een vroedvrouw. De gemeente plaatste een advertentie in de Haarlemsche Courant. Er komen ongeveer 15 sollicitatiebrieven, uit heel Nederland, binnen: uit Groningen, Noordwelle (Zld), Catwijk aan Zee, Overschie, Goudswaard, Leerdam, Pernis, Wildervanck, Nijkerk, Weert, Rhenen, Broek in Waterland en Den Haag.
Half november 1827 vraagt de aangestelde vroedvrouw uit Broek in Waterland verhuisd te worden per schipper, daar zij vermoedt - zo schrijft ze - dat er geen vervoer mogelijk is over de weg! In 1835 wordt een andere vroedvrouw aangesteld met een jaarwedde van f 200,-. Na 17 jaar dienstverband (in 1852) wordt haar jaarwedde van f 200,- naar f 50,- verlaagd. De gemeente schrijft dat, indien zij hiermee niet tevreden is, zij zal worden ontslagen. Men geeft als reden op dat er te weinig verloskundige hulp aan behoeftige vrouwen nodig is. Door 9 inwoonsters van Wassenaar wordt een bezwaarschrift ingediend bij de gemeente, met het verzoek tot verhoging van de jaarwedde en het voortbestaan van de functie van vroedvrouw. Kennelijk heeft dit onvoldoende effect gehad, want de vroedvrouw, Mw.C.v.d.Boom-Vollebregt, vertrekt begin 1853 naar Wateringen.
Dr. C.J. van der Kellen, doctor in de genees-, heel- en verloskunde te Wassenaar, schrijft kort daarop in een brief aan Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland dat er zo spoedig mogelijk weer een vroedvrouw dient te worden aangesteld. En over het te gering genoemde aantal behoeftige vrouwen merkt hij op, dat in een raadsvergadering "onder voorlichting van wethouder Envos, Heel- en vroedmeester ten platte lande' is aangetoond "dat thans in de hulp moet worden voorzien van die behoeftige vrouwen, die hier na het vertrek van de vroedvrouw nu werkelijk in groote getalen aanwezig zijn". En "Hierop nu heeft de gemeenteraad den wethouder Envos, benoemd tot verloskundige voor de behoeftige vrouwen in deze gemeente". De bezoldiging is nu f 100,- sjaars. Van der Kellen: "voor zeker een vreemde handelwijze daar men nog eenige weken tevoren begrepen had, dat genoemde vroedvrouw eene te grote belooning ontving naar het getal verlossingen die hiervoor moesten gedaan worden"
Omstreeks 1865 schrijft de opvolger van Van der Kellen, de gemeentelijk geneesheer Dr. F.C. van Opdorp, dat de verlossingen de laatste 5 jaar onder de 15 zijn gebleven; indien het aantal boven de 20 stijgt dan verzoekt hij een toelage van f 5,-- voor iedere verlossing boven het getal van 20. In een advertentietekst in de Haarlemmer Courant in 1867 voor een vroedvrouw wordt nu overigens weer een salaris van f 175,-- per jaar genoemd.
Mw. C.v.d.Boom-Vollebregt is later teruggekeerd naar Wassenaar. In maart 1871 stuurt de Burgemeester van Wateringen een bankbiljet van f 25,- met 2 bevelschriften om dit aan haar uit te betalen.
Leentje Herrebout