In 1900 kwam de Leerplichtwet op ‘t nippertje tot stand met 50 stemmen vóór en 49 stemmen tegen. Overigens ging het meer om een sociale wet; kinderen moesten beschermd worden tegen de toen gebruikelijke exploitatie –zelfs van zeer jonge kinderen - als goedkope werkkrachten. Deze wet had echter niet tot gevolg dat vanaf dat moment alle kinderen naar school gingen. Voor duidelijk afwijkende leerlingen zowel in lichamelijk als in geestelijk opzicht kon men niet altijd een passend plekje vinden. Voor 1900 werd het bezoeken van een school sterk aangeraden maar daar bleef het dan ook bij. Zo liepen de scholen op het platteland in de oogsttijd vrijwel leeg.
Hoe moeten we ons een school in die tijd voorstellen? Afgezien van enkele uitzonderingen werd er in één lokaal aan grote groepen kinderen lesgegeven door al of niet gediplomeerde leerkrachten.
Ons dorp vormde hierop geen uitzondering. In de Schoolstraat op nummer 9 heeft zo’n schooltje gestaan. Oorspronkelijk heette deze straat de Ooststraat maar omdat er zeker drie scholen gestaan hebben – op de plaats van het Dorpscentrum, op nummer 9 en in het pand ernaast - heeft men de naam veranderd in Schoolstraat. In 1737 kreeg Joan van Gybelant, schout en baljuw van Wassenaer, toestemming om in de Ooststraat een school te laten bouwen. In de gevel werd een steen gemetseld waarop stond: ‘ AMBACHTS EN DORPSSCHOOL VAN WASSENAER EN ZUYTWIJCK 1744’ . Deze steen is helaas verwijderd in tegenstelling tot de steen in de gevel van het pand ernaast. Hier werd twee jaar later een school voor kleine kinderen gebouwd. De tekst van deze steen luidt: ‘ HET AMBAGTS EN DORPS KLEYN KINDER SCHOOL VAN WASSENAER EN ZUYTWIJK 1746’. ( Mocht u mij niet geloven dan moet u maar eens gaan kijken.) Na de dood van Joan kwamen beide scholen in het bezit van de graaf van Wassenaar-Obdam. Rond 1900 was het nog niet gebruikelijk om een school een naam te geven. De school op nummer 9 stond dan ook bekend als de ‘openbare lagere school nummer 1. ‘ Een kleine tweehonderd jaar hebben kinderen hier wijsheid opgedaan naar ik mag hopen. Vanaf 1920 werd het pand door de PTT als telefooncentrale gebruikt en sinds 1936 kan men er genieten van de welluidende klanken van de muziekvereniging ‘Excelsior’ die tijdens de repetities te horen zijn.
Carl Doeke Eisma

Gevelsteen van de Kleyn kinder school. Foto Jan Stegeman,1980.