Er zijn in ons land de nodige boeken geschreven waarin een molenaar met z’n gezin de hoofdrol speelt. Het gaat dan zowel om kinderboeken als om boeken voor volwassenen. Denkt u maar eens aan een boek als “Strijd om den Eenhoorn”, geschreven door Cor Bruyn en prachtig geïllustreerd door Anton Pieck. Meestal is er in die verhalen sprake van hard werken en ondanks dat toch van een grote armoede. Zeker bij molenaars die een poldermolen draaiende moesten houden was dat het geval. Dit geldt in veel gevallen niet voor de molenaar die op een korenmolen werkte. Die werd tot de notabelen van het dorp gerekend zeker wanneer hij eigenaar van de molen was. Zo was Johannes Mansvelt die van 1884 tot 1934 werkzaam was op de Windlust enkele jaren wethouder van ons dorp. In het eerste stukje van deze serie kwam Martijntje Philipsdochter ter sprake. .Nr1 Molen verwoest Zij was samen met haar zwager Maerten Claesz. eigenaresse van een van de voorgangers van de huidige molen en wel van 1581 tot 1588. Een rijk bezit. Toen ze in 1588 kwam te overlijden waren er vier erfgenamen die aanspraak konden maken op haar helft. Drie van hen besloten hun deel aan nummer vier te verkopen. In een “ Coopbrief van de helft van de molen van Wassenaer, competerende Arien Jansz. molennaer “ van 9 juni 1588 staat hierover dat Lenard Jansz. en Arien Gerritszoon en Arien Pietersz. aan Arien Jansz. verkocht hebben : “ hemluyden broeder ende swager respective, zeeckere drye deelen van vier deelen van een helfte van een molen, staende bij den dorpe van Wassenaer in Suytwijck, waerinne de voors. Arien selffz het vierde deel competeert, ende d’ander helfte toebehorende Maarten Claesz. , hemluyden oome zijnde die vier delen tezamen belast met een jaarlijkse losbare rente van 24 gulden van 40 groten ’t stuk. “
Even voor de duidelijkheid : in die tijd was er sprake van een tweetal ambachten Wassenaer en Suytwijck. De Zijlwatering vormde de grens tussen beide ambachten en omdat Suytwijck ten noordwesten van de Zijlwatering lag, stonden het dorp en de korenmolen in het ambacht Suytwijck.
Overigens ben ik van mening dat zo’n tekst van meer dan vierhonderd jaar geleden nog uitstekend te lezen is.
Carl Doeke Eisma.