Akela Monique van der Velde overhandigde mij in de zeventiger jaren een vernielde prijsbeker. Vandalen hadden in het onderkomen van de Adelaarshorde van de Van Woesikgroep op het land van Ruijs, flink huisgehouden. De naam Pacelli, de groep waar de Adelaarshorde onderdeel van was, stond op de Akela Kools Wisselbeker en wellicht zou ik er nog iets mee kunnen. Het gedeukte zilveren kleinood staat nog immer tussen voor mij dierbare herinneringen uit mijn scouting-verleden.
Maar wie was eigenlijk Akela Kools naar wie in 1951 deze wisseltrofee werd genoemd? Op zoek in oude kranten -zowel landelijk als regionaal- bracht mij bij de viering van de Sint Jorisdag in 1953. Hopman Molijn en Akela Kools waren daar de sprekers toen alle padvinders, verkenners en welpen deze dag traditioneel voor het raadhuis De Paauw begonnen. Na het hijsen van de vlag, het zingen van het Wilhelmus en de padvindersmars “Hoort zegt het voort”, werden de rode tulpenkoppen aan alle leden uitgereikt. Symbolisch stonden deze voor de bloeddruppels van de draak (het slechte), die door Sint Joris (het goede) werd gedood. Op deze dag werd de belofte die je bij de installatie tot welp of verkenner deed vernieuwd.
Eind 1954 waren Akela Kools en Hopman Korbee -drager verzetsherdenkingskruis- de leidinggevenden van de in 1948 opgerichte Padvindersgroep de Monties die in aanwezigheid van wethouder Huibregtse een onderkomen betrokken op de zolder van de Nutsschool aan de Zijllaan. Aan de andere kant van de Zijllaan op de hoek bij de Lange Kerkdam lagen elke winter Lelievletten en Lelieschouwen in de achtertuin voor het jaarlijkse onderhoud. Zij waren eigendom van de zeeverkennersgroep Edmund Campion van het Aloysius College in Den Haag. Aalmoezenier Pater Leijen bleek er familie te hebben!
Kools en Korbee hadden voor hun padvindersgroep van Hopman Wesselo de naam Monties gekozen, afgeleid van de Britse veldmaarschalk Montgomery uit de tweede wereldoorlog met de bijnaam Monty. Hun namen doken nog een keer op in 1958 bij de opening van hun nieuwgebouwde groepshuis op het nog steeds bestaande speelterrein achter de Deijlerweg, ter hoogte van de Nederlandse Bank. In augustus 1961 werd dit groepshuis na een verbouwing heropend. De groepen Monties en Marlijn vormden vanaf dat moment een nieuwe padvinders groep met de bekende naam Van Heeckeren van Wassenaer, de laatste ambachtsheer van ons dorp.
De Akela Kools - wisselbeker werd voor het eerst uitgereikt in 1951, nadat welpenhordes van verschillende groepen in of bij Wassenaar hun krachten op sportgebied met elkaar hadden gemeten. De welpen van “De Vonkende Vlam”, sedert 1935 een padvindersgroep bij Marlot aan het Bezuidenhout, gooide de hoogste ogen en namen de beker mee naar Den Haag. In 1952 en 1953 waren het de welpen van de Wassenaarse Duinverkenners, die tot tweemaal toe de prijs mee mochten nemen. In 1954 scoorde de Van Wassenaer van Obdamgroep om de beker in 1955 weer mee te geven aan De Vonkende Vlam.
De jaren daarna blijft de beker in Wassenaar: 1956 bij de Duinverkenners, 1957 bij de Marlijn, 1958 bij de Van Wassenaer van Obdamgroep en in 1959 bij de Monties. In 1960 gaat de Van Wassenaer van Obdamgroep er voor de derde keer mee van door, maar de regels zijn duidelijk: de beker komt blijvend terecht bij de groep, die drie keer op rij de wedstrijden wint. Dat doen de welpen van de in 1959 opgerichte Pacelligroep in de jaren 1961, 1962 en 1963.
Marcel Spierings.

Akela Kools – wisselbeker

Welpen van de Pacelligroep op kamp in 1959.