Scouting begon in 1907 met een proefkamp voor een twintigtal jongens op Brownsea Island. Baden-Powell koos bewust voor kinderen uit verschillende milieus, gaf hen allemaal uniforme kleding en liet ze ook kennismaken met het kamperen in tenten. Voor die tijd doorgaans een activiteit die voorbehouden was aan het leger. De uniforme kleding maakte deze jongens tot gelijken en anno nu is dat overal ter wereld een goed gebruik. En niet alleen bij scouting, want ook elke sportclub heeft zijn eigen kleding, kleuren en kenmerken.
Kamperen bleek voor die eerste verkenners een schot in de roos en dat is tot op de dag van vandaag nog steeds het geval. Vele decennia lang zou het slapen in tenten ook iets exclusief voor scouting blijven, maar deze vorm van vrijetijdsbesteding werd uiteindelijk door veel anderen overgenomen. Scholen en sportverenigingen zagen wel brood in deze scoutingactiviteit en ook veel families besloten in gezinsverband het kamperen tot een jaarlijkse gebeurtenis te maken. En zo ontstond er wet- en regelgeving voor iedereen en helaas ook voor de scouts.
De eerste kampementen in Wassenaar dateren uit de dertiger jaren van de vorige eeuw. In 1934 heet de Wassenaarse burgemeester Wiegman -lid van het hoofdbestuur der Katholieke Verkenners- 600 leiders en leidsters van harte welkom op het landgoed Duinrell waar zij hun traditionele Koempoelan (Maleis woord voor bijeenkomst) organiseren. Uiteraard was er een groot tentenkamp voor alle mannelijke leidinggevenden opgezet. Voor de Akela’s -toentertijd een vrouwelijke leidinggevende bij de welpen- was een groot gebouw beschikbaar, waarvan de vloer was bedekt met stro en waar zij met de toen bekende strozak de nacht konden doorbrengen.
Eveneens In 1934 koopt Jonkheer Ocker Repelaer van Molenaarsgraaf een landgoed aan de Eikenhorstlaan, dat hij de naam Herco gaf. Daarop creëerde hij daar een drietal troephuizen en een woning voor de hopman-tevens beheerder van het landgoed- voor de padvinderij. Zijn in Den Haag opgerichte padvindersgroep WIK (Willen Is Kunnen) kreeg er een vast onderkomen. In de aanloop naar de wereldjamboree van 1937 in Vogelenzang wordt het Indische contingent hier gastvrij onthaald en zal er ook enige dagen bivakkeren.
In 1980 is Duinrell opnieuw gastheer voor een bijeenkomst van leidinggevenden bij Scouting Nederland in vooral Zuid-Holland. “Op Goede Voet” is het thema van dit weekend, waar ruim 500 enthousiaste jonge mensen voor bij elkaar komen om zich te laven aan veel -soms onbekende- mogelijkheden om het spel van Verkennen door te geven aan de scouts van dat moment. Uiteraard zijn er weer kampeer- en bivakmogelijkheden gecreëerd op het fraaie camping- en attractiepark. In de naam vind je het eigenlijk al terug: kamperen was lang daarvoor een bezigheid van verkenners en padvinders en anno nu voor iedereen toegankelijk. Zou je er nog met een tent mogen staan?
Marcel Spierings.

Jonkheer Ocker Repelaer van Molenaarsgraaf 1888 – 1975

Kampement en deelnemers Op Goede Voet in 1980 op Duinrell