Een gedeelte van één van de verhalen die in de in 1883 verschenen verhalenbundel ‘Winteravonden’ staat, gaat over ons dorp. De schrijver hiervan, Michiel Adriaan Sobels (1795 tot 1857), woonde in Den Haag. Het betreffende verhaal heet de Somnambule [waarzegster] en is met het woord melodrama aardig getypeerd. Voor die tijd, die we later de Romantiek zijn gaan noemen, niet zo verrassend. Begrippen als gevoelens, stemmingen en sentiment kwamen veelvuldig aan bod in deze periode die grofweg van 1760 tot 1880 loopt.
Waar gaat het verhaal over?
Een jongeman van gegoede huize, Willem ten Broek, verwekt een kind bij Maria, de mooie dochter van de tuinman die werkzaam is op het landgoed van zijn vader. Hij schaamt zich diep en durft deze zonde niet aan zijn vader op te biechten ondanks het feit dat hij smoorverliefd is op Maria. Wat nu? Maria moet samen met het kind dat op komst is ergens ondergebracht worden. Hij vindt een oplossing zo valt er te lezen: "Hij bezwoer plechtig haar, na den dood zijns vaders, te zullen trouwen, mits zij zich braaf en stil gedroeg en daarmede zond hij haar naar het eenzaam dorpje Wassenaar, tusschen Leyden en den Haag, alwaar hij een goed heenkomen voor haar bezorgd had." Ze krijgt wat geld mee en moet zich maar zien te redden. Haar dochtertje, Wilhelmine, is inmiddels geboren en zal later "grondig onderwijs van den schoolmeester te Wassenaar", krijgen. Ze voorziet in haar onderhoud door "voor dagloon te gaan naaijen, onder andere voor de kasteleines aan het huis ten Dijl." Na enkele jaren komt de vader van Willem te overlijden en Willem zelf, die voor zaken in Duitsland vertoeft, wordt ook ernstig ziek. Uiteraard gedraagt Maria zich uiterst deugdzaam ook al heeft ze het niet erg breed. Ze maakt af en toe een wandeling en komt dan vaak langs "Bakkershagen", zo lees ik. Via een waarzegster krijgt ze te horen dat één en ander uiteindelijk goed zal aflopen en dat klopt. Wanneer Willem ook overleden is, blijkt dat hij zijn dochter Wilhelmine tot "universele erfgename" benoemd heeft. Eind goed al goed, zullen we maar zeggen.
Ter verklaring van de titel van deze bundal schrijft de auteur: "Onder de genoegens, die het menschelijk leven veraangenamen, bekleeden die, waar voor de lange winteravonden geschikt zijn, geene geringe plaats. Wie beseft niet het genot, om, als het weder koud en guur is, om alsdan, bij den knappenden haard, rondom de gezellige tafel, aan te zitten, en wind en weder, oorlogs- en staatsgewoel te vergeten, voor de zegeningen van het oogenblik? "
Alsof dit gisteren geschreven is,
Carl Doeke Eisma

T´Huis ten Deil. Afbeelding van een van de versterkte huizen in het dorp Deil.. Deze kopergravure komt uit "Vaderlandsche gezichten of afbeeldingen van den tegenwoordigen staat der Vereenigde Nederlanden" uitgegeven door J.W. Smit te Amsterdam.
De Historische Vereniging Oud Wassenaer heeft getracht de rechthebbenden van afbeeldingen te achterhalen. Degene die de auteursrechten hierop heeft, wordt daarom uitgenodigd met de secretaris contact op te nemen. Voor de duidelijkheid in relatie tot de tekst zijn enkele foto’s bewerkt.