Op 4 februari 1899 begaf de jachtopziener van kasteel Duinrell, H.M. de Jong, zich met drie helpers naar het duingebied Meijendel, dat toen tot het gebied van Duinrell behoorde, om er op konijnen te jagen. Hij liep met zijn geweer langs een dijkachtige verhoging terwijl zijn assistenten uit de verte de konijnen in zijn richting jaagden.
Plotseling zag hij boven een dennenbos een zeearend komen aanvliegen, een zeldzame vogel. Tegenwoordig pakken vogelliefhebbers dan meteen hun verrekijker om deze zeldzaamheid te bekijken. Een zeearend zie je niet iedere dag! Enkele eeuwen geleden broedde de laatste zeearend in ons land. Het duurde tot 2006 eer de eerste zeearenden in de Oostvaardersplassen broedden en sindsdien zit hun aantal weer in de lift. Anno 1899 was de eerste reactie bij het zien van een zeldzame vogel: vuur! Zo reageerde ook de jachtopziener van D.J.G.J. baron van Pallandt; hij loste een schot hagel. De arend werd in een vleugel geraakt. Hij cirkelde langzaam naar beneden en landde op een weilandje dat was omgeven door een hekwerk van kippengaas. Daar kwamen de jager en zijn drie helpers van vier kanten op de vogel af. De arend probeerde zich rennend uit de voeten te maken, maar werd omsingeld, bij zijn vleugels vastgepakt en zo overmeesterd. De arend bleek vleugels met een spanwijdte van in totaal ruim twee meter te hebben. De jachtopziener verklaarde later dat hij dacht dat de vogel gewond was en dat er bloed uit zijn bek liep “maar bij nader inzien was dit van een stuk niet geheel verzwolgen konijnenvleesch afkomstig, dat gedeeltelijk nog uit den bek hing.” In triomf werd de adelaar naar kasteel Duinrell gebracht, een wandeling van een uur. Daar aangekomen, zo meldde de jager, “werden de pauwen uit hun wèl voorziene volière gejaagd en de arend erin geplaatst. Het voor zulk een dier meest-uitgezochte voedsel, gehakt paardevleesch, enz. liet hij met waardigheid of wellicht nog te goed verzadigd, zoo niet uit verdriet, onaangeroerd.” Baron van Pallandt schonk de vogel later aan de Haagse Dierentuin (ter plaatse van het tegenwoordige Provinciehuis), waar de zeearend in een klein hok werd ondergebracht. Een meer uitgebreide versie van deze gebeurtenis kunt u vinden in het tijdschrift ‘De levende natuur’ van maart 1899. Tegenwoordig gaan we gelukkig wat vriendelijker om met onze roofvogels.