Op 30 april a.s. wordt prins Willem Alexander ingehuldigd als onze koning. Een nationaal geschenk zal in verband met de weinig rooskleurige economische situatie van ons land niet worden aangeboden, zo liet de regering weten. In 1898 toen koningin Wilhelmina de troon besteeg, was het algemene welvaartspeil beduidend lager dan nu. Niettemin sloegen vanuit alle provincies prominenten de handen ineen om een nationaal geschenk aan te bieden. Ook in Wassenaar belastte een commissie van vooraanstaande inwoners zich met het inzamelen van de benodigde gelden. Welk cadeau had men op het oog?
Welnu, men meende voor de nieuwe koningin, die immers veel belangstelling voor de ziekenverpleging aan de dag legde, geen “schooner monument” te kunnen oprichten “dan dat wat strekt tot heil en zegen Harer Majesteits zoozeer misdeelde onderdanen”. Met ‘misdeelde onderdanen’ bedoelde men krankzinnigen; psychiatrische patiënten zouden we nu zeggen. Het plan was het niveau van het verplegend personeel in de psychiatrische zorg dusdanig op te vijzelen, dat het dat van de andere takken van ziekenverpleging kon evenaren. Geen tak van ziekenverpleging, heette het, is “zoo moeilijk en zoo verantwoordelijk en vordert zooveel toewijding, dienende liefde, zulk onuitputtelijk geduld, takt en kennis van zaken”. Deze zware taak werd niet altijd naar waarde geschat.
De initiatiefnemers wilden een “Wilhelmina-Vereeniging” oprichten “ter bevordering der opleiding en ter ondersteuning bij ziekte en invaliditeit van de krankzinnigen-verpleegsters en -verplegers in Nederland en Zijne Koloniën”. Om dit doel te bereiken wilde men in de eerste plaats personen zoeken “die de noodige physieke en moreele kracht, godsdienstige dienende liefde, toewijding en geduld bezitten om tot verpleegster of verpleger te worden opgeleid”. Verder was het streven om een “zustershuis” te stichten waar de opleiding kon plaatsvinden en dat tevens kon dienen als ontspannings- en vakantieoord voor de verpleegsters. Ook de instelling van een herstellingsoord voor “zieke en zwakke zusters” werd beoogd. De stichting van deze beide huizen wilde men op de dag van de troonsbestijging in ieder geval mogelijk hebben gemaakt als blijvend aandenken aan die dag. Daarvoor was geld, zelfs veel geld nodig.
Onze Wassenaarse commissie meende desondanks behalve voor dit landelijke doel, ook nog geld te kunnen inzamelen voor plaatselijke feestelijkheden ter viering van de inhuldiging van koningin Wilhelmina. Van de grootte van het bijeengebrachte geldbedrag zou het afhangen welke feesten konden worden aangeboden en of wellicht de koninginnen Wilhelmina en Emma, die immers zo vaak op Wassenaars grondgebied verbleven, konden worden uitgenodigd. Welnu, dat is gelukt. Twee dagen maar liefst duurden de feestelijkheden. Beide koninginnen werden op de 14e september op het raadhuis in de Langstraat ontvangen en bezochten op het feestterrein de tentoonstelling van vee en land- en tuinbouwproducten. Maar het feest nam die dag een aanvang met de uitdeling van levensmiddelen aan de armen in het “lokaal der Spijskokerij”.
Suzanne Spruijt-Mets.