Op 19 oktober en 16 november werd in deze rubriek gemeld, dat vanuit de toren van de Dorpskerk het zogenaamde ‘tijdluiden’ werd hersteld. Na de slag van 12.00 uur klinkt enkele minuten de historisch waardevolle klok uit 1454. Als door een wonder werd deze tijdens de Tweede Wereldoorlog gespaard.
Vanwege toenemende oorlogsdreiging werd in 1937 vanuit de Rijksdienst voor de Monumentenzorg aan de Nederlandsche Klokken- en Orgelraad verzocht, een lijst te maken met klokken die in oorlogstijd in eigen land zouden kunnen worden gebruikt vanwege te verwachten schaars geworden koper en tin. In een echte noodsituatie zou van alle klokken slechts 10% gespaard kunnen blijven – ongeveer 9.000 exemplaren. Deze zouden worden gemerkt met een ‘M’. Dat zou in ieder geval gelden voor die welke waren vervaardigd vóór 1600. Dus ook voor die van Wassenaar.
Om de grote historische waarde van sommige klokken ter plekke aan te geven en wegnemen zoveel mogelijk te verhinderen, werd kort voor het uitbreken van de oorlog in vele torens een in vier talen gedrukt verzoek opgehangen, ondertekend door de ministers van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen en van Defensie. De tekst luidde:
De Nederlandsche Regeering heeft een zeer beperkt aantal klokken, als historische gedenkstukken van de grootste beteekenis, van vordering vrijgesteld en richt tot de bevelhebbers der militaire macht van andere mogendheden het dringend verzoek deze met een M gemerkte klok eveneens te sparen.
Ook in de Wassenaarse Dorpstoren kwam deze oproep te hangen en werd op de klok de ‘M’ geschilderd. Toen na 10 mei 1940 de Duitse bezetters het voor het zeggen kregen, kwam eind 1942 de klokkenroof op gang: voor hún metaaltekort in Duitsland. Ook de klok uit de Dorpstoren ontkwam er in 1943 niet aan, ondanks de opgeschilderde ‘M’ en het opgehangen verzoek. Reeds buiten staande om te worden getransporteerd, werd ze echter door hulpvaardige handen verborgen in het stalgebouw van Huize De Paauw. Vanuit de toren werden daarna de uren aangegeven met hamerslagen op een lange ijzeren pijp. In de toren van de R.K. Willibrorduskerk, waar alle klokken waren weggehaald, had zo’n buis een lengte van 22 meter. Elders in het land werden bijvoorbeeld een velg van een autowiel, een melkbus, een gietijzeren kookpot, een zuurstofcylinder, een spoorstaaf of een oude stoomketel gebruikt.
In juli 1944 werd de klok tóch ontdekt en met vele andere uit de regio ingeladen in een schip met de naam ‘Op hoop van zegen’. Bij Urk strandde dit echter tegen de oever van het IJsselmeer en zonk. Daardoor bleef de lading ongeschonden ter plekke liggen. Na de bevrijding – voor West-Nederland op 5 mei 1945 - kwamen de gespaard gebleven klokken langzamerhand terug. De klok van de Dorpskerk klonk weer op 21 april 1946.
De gedrukte verzoeken om wegnemen tegen te gaan, zijn in de loop der jaren uit bijna alle torens verdwenen. In de Dorpstoren hangt het papier nog wél, zelfs ingelijst. Maar het is tóch danig aan het verteren. Mogelijk kan het beter worden geconserveerd, als een tastbare onderbouwing van het feit dat onze voorouders deze klok wilden behouden, zodat ze nog lang kon en kan worden gebruikt.
drs Heleen van der Weel, stadsbeiaardier van Den Haag en dorpsgenote

De Historische Vereniging Oud Wassenaer heeft getracht de rechthebbenden van afbeeldingen te achterhalen. Degene die de auteursrechten hierop heeft, wordt daarom uitgenodigd met de secretaris contact op te nemen. Voor de duidelijkheid in relatie tot de tekst zijn enkele foto’s bewerkt.