Daar sta je dan. Tegen twaalf uur op het kerkhof van de Wassenaarse Dorpskerk op een wat winderige, niet al te warme oktoberdag. Niet vanwege een begrafenis of het leggen van bloemen bij het graf van een overledene. Nee, je wacht, omdat je eens wilt horen of om 12.00 uur de klok zal gaan luiden.
Dat vanuit de toren van de Dorpskerk een of meer klokken klinken, is niet bijzonder. Wél dat een van die gebruiksmomenten was verdwenen en op 4 oktober terugkeerde. In De Wassenaarder van 19 oktober werd daarover reeds bericht. Wassenaar blijkt daarin overigens dit jaar niet alleen te staan. Dit voorjaar werd in Epe bijvoorbeeld het om 12.00 uur luiden van ‘de hongerklok’ hervat. Hier een duidelijke koppeling aan het uur waarin moet worden gegeten. De benaming werd vroeger echter gegeven aan een speciale kloosterklok van een bedelorde. Wanneer die klonk waren de voedselvoorraden op. De dorpelingen wisten dan wat van hen werd verwacht: etenswaren naar het klooster brengen.
Toeval of niet, tijdens het wachten op de uurslag liep aan de overkant van de Kerkhoflaan een kudde schapen te grazen. Het legde onverwacht de verbinding met de beide klokken in de toren. Immers in 1958 werd de huidige tweede klok door boeren van de Wassenaarse Hervormde Gemeente geschonken, betaald uit hun ‘Schapenfonds’. Liepen toevallig in deze kudde nog verre nazaten?
Na de klokslagen van twaalf uur een korte pauze. Daarna: ‘Ze deed het’. Gelukkig luidde er maar één, zoals gebruikelijk is bij dit ‘tijdluiden’. Dus niet met twee tegelijk: dat hoort bij kerkdiensten en (wereldlijke) feestdagen. Ze klinkt bepaald niet ‘zuiver en hel’ zoals in het gedicht over het gebruik van het angelusklokje, Het Angelus klept in de verte, – bekend geworden door Catharina van Rennes (1858-1940), – wordt beschreven. Ook niet ‘mooi’, eerder karakteristiek. Maar wat wil je. Ze werd, zo toont het meegegoten randschrift, vervaardigd in 1454. In een tijd waarin klokkengieters nog maar moesten afwachten, hoe de kwaliteit van hun werk was geworden. Ze bezaten bovendien niet de kennis, een minder geslaagd exemplaar bij te stemmen. Ondanks dat is deze teruggekeerde traditie zinvol, met voor ieder een eigen invulling: als de aankondiging van het komende middagmaal, terug naar het angelus, of alleen maar: ‘het is twaalf uur geweest’. Het verbindt het verleden met het heden. Bovendien sluit het weer aan bij nabij gelegen plaatsen waar dagelijks nog steeds of weer enkele minuten wordt geluid: bijvoorbeeld in Wateringen, ’s-Gravenzande, Loosduinen, Voorschoten – zelfs drie keer per dag – of Den Haag.
drs Heleen van der Weel – stadsbeiaardier van Den Haag en dorpsgenote