Jacobus Cornelis Overvoorde is op 19 december 1865 in Rotterdam geboren. Zijn vader, Jacob Overvoorde, was wijnhandelaar en zijn moeder heette Adriana Pronk. Jacob had een zusje. Na het gymnasium ging hij rechten en staatswetenschappen studeren in Leiden. In 1891 promoveerde hij op het proefschrift De ontwikkeling van den rechtstoestand der vrouw, volgens het oud-Germaansche en oud-Nederlandsche recht.
Hij werkte op dat moment bij het Utrechts Archief. Van 1892 tot 1901 was hij archivaris in Dordrecht en vervolgens bekleedde hij tot aan zijn overlijden dezelfde functie in Leiden. Op 17 september 1908 trouwde hij met Johanna Gordon. In 1910 kochten ze in Wassenaar een deel van het landgoed de Paauw uit de boedel van prinses Marie der Nederlanden. Twee jaar later werd hierop een landhuis gebouwd, ontworpen door de architect Joseph Cuypers. Het kreeg de naam de Pauwhof. Jacob was op dat moment niet alleen gemeentearchivaris van Leiden, maar ook conservator van het Stedelijk Museum De Lakenhal. Later besloot hij samen met zijn vrouw om het landhuis ter beschikking te stellen als retraitehuis voor kunstenaars en wetenschappers. Jacob is op 1 maart 1930 overleden en tien jaar later werd de Overvoorde-Gordon Stichting opgericht die dit mogelijk maakte.
Hoewel Jacob veel meer gedaan heeft dan ik hiervoor beschreven heb, in een krantenartikel wordt hij een bouwer genoemd, wil ik hier één activiteit uitlichten. Na zijn promotie in 1891, mede gezien het onderwerp van zijn proefschrift, raakte hij nauw betrokken bij de emancipatie van de vrouw. Hij trok fel van leer tegen de maatschappelijke en wettelijke achterstelling van vrouwen, hij vond dat ze ook moesten kunnen kiezen en dat ze toegang moesten hebben tot het hoger onderwijs. Dat ze evenveel moesten verdienen als mannen en dat ze hogere overheidsfuncties moesten kunnen bekleden, iets wat toen nog bij wet verboden was. Hij leerde vrouwen als Wilhelmina Drucker en Aletta Jacobs kennen en schreef voor de Vereniging voor Vrouwenkiesrecht de statuten en het Huishoudelijk Reglement. Bovendien was hij lid van de Radicale Bond die voor verbetering van de positie van de arbeidersklasse, kortere werkdagen en betere beloning was. Deze Bond was ook voor het afschaffen van de Eerste Kamer, het invoeren van de leerplicht en het invoeren van een progressieve inkomstenbelasting. En dat zo rond 1900, hoogst opmerkelijk!
Carl Doeke Eisma

Portret uit 1917 van Jacob door Pieter Paul Koster.

Penning in 1926 gemaakt door Maarten Zwollo.