Het staat me nog levendig voor de geest hoe ik ruim vijfentwintig jaar geleden een bezoek bracht aan de heer en mevrouw Bos op boerderij Ter Weer. De boerderij lag toen nog midden in het weiland en was vanaf de Deijlerweg alleen te bereiken via een lange, met puin verharde zandweg. Dat betekende dus voorzichtig met de fiets de enorme kuilen zien te vermijden. De bejaarde boerin leidde me door de keuken naar de woonkamer. Een nogal donker vertrek, de mooie kamer van de boerderij die waarschijnlijk veel minder gebruikt werd dan de woonkeuken, waar het dagelijks leven zich afspeelde. In de woonkamer bewonderde ik een oud schilderij van de katjesschilder Raaphorst, dat de boerderij in vroeger tijden voorstelde. Ik wilde mij, in afwachting van de komst van de boer, in een grote fauteuil nestelen, maar de boerin verwees me naar een wat eenvoudiger zetel. In die grote fauteuil, zo vertelde zij, zat uitsluitend haar man. Tijdens het gesprek met boer Bos kwam die stoel weer ter sprake. Het bleek dat een doodenkele keer wel eens een uitzondering werd gemaakt op de regel. Dan ging boer Bos ergens anders zitten. Dat was wanneer de rentmeester van Baron van Heeckeren van Wassenaer de boerderij bezocht. De Baron, die zelf op kasteel Twickel in Delden woonde, was de eigenaar van boerderij Ter Weer (en van nog meer boerderijen in Wassenaar). Ik vroeg de heer Bos of Baron van Heeckeren zelf ook wel eens in de fauteuil had gezeten. Dat bleek niet het geval; tijdens het leven van boer Bos was de Baron er nooit toe gekomen om zijn boerderij te bezoeken. Wel was boer Bos één keer in zijn leven afgereisd naar kasteel Twickel om de Baron te spreken over een belangrijke zaak. De heer Bos keek zijn ogen uit in het prachtige kasteel. Het gesprek met de Baron maakte grote indruk. Van Heeckeren van Wassenaer luisterde aandachtig en nam een voor boer Bos zeer gunstig besluit. Een gelukkig man keerde terug naar de boerderij. De fauteuil kraakte die avond tevreden.
Robert van Lit