In de verslagen van het Ambachtsbestuur van rond 1700 vinden we onder meer:
Alsoo Schout ende Ambagtsbewaarders van de Baronnije van Wassenaar ende Zuijdwijk, dagelijcx ondervinden, dat verscheijde persoonen haar niet en ontsien alderhande vuijligheijt te smijten ende werpen, op de straaten en de Heerenwegen alhier, in ende omtrent den dorpe, streckende tot groot ongerieff ende misstant van die geene, die de selve komen te gebruijken, niet tegenstaande het selve tot meermalen wel scherpelijk was verboden.
Soo is't dat Schout ende Ambagtsbewaarders voornoemtt een ieder als nog wel scherpelijk hebben willen waarschouwen, interdiceren en verbieden, gelijk sij een ieder wel scherpelijk waarschouwen, interdiceren en verbieden mits desen, dat sij op geene Heerewegen ende straten, ende wel specialijken op de lange kerkdam, en van het kerchek aff tot het schuthock toe van het kerckhoff, en sullen smijten, worpen ende nederleggen eenige puijn, aarde, sant en vullis, misse, vlas, scheven [afval van de vlasbewerking], ofte eenige andere vuijligheijt, ende wel specialijk geen hout nog tackebossen op of omtrent het kerckhoff te smijten, werpen of leggen.
Ende ook niet en sullen vermogen haare linne aan de pomp, staande op het pleijn van het dorp te comen wringen ende spoelen, nog eenig vuijl water te gieten.
Ende ook geen zeep-sop ofte ander vuijl water te gieten ofte te smijten op de straaten, ofte in de gooten, mitsgaders dat zij geen hout, puijn, aarde, sant, as , vullis ende misse ofte iets diergelijks op de steene platinge van de Moolesloot en sullen mogen lossen ende inscheepen, als alleen cloofthout ende tacken, soo nogtans dat het selve niet langer als twee maal vierentwintig uijren aldaar sal mogen blijven leggen, ende binnen dien tijt ontruijmt ende weg genomen sal moeten worden.
Dat ook het hout ende schilpen soodanig geplaatst ende geleijt sullen moeten worden, dat de Heerewegen ende straaten daar door niet en worden versmalt, geincommodeert ende t' onbruijkbaar gemaakt, ende wel specialijk dat het hout ende tacken niet en sullen mogen werden geleijt op het voet-padt van de lange kerkdam, alles ende elk poinct van dien, op een boete van drie guldens, een derde part voor den officier, een derde part voor den aanbrenger ende een derde part voor den armen, ende sullen de ouders, voogden, Heeren, Meesters, ende basen gehouden zijn dese boeten te betaalen, voor haare minderjarige kinderen, pupillen, ende dienstbooden, soo sij tegens hetgeende voorschreven is komen te doen ende te overtreden.
Actum in de baronnije van Wassenaar de 8e Meij 1701
Ter ordonnantie van Schout ende Ambagtsbewaarders voornoemt, Jacob van Schevikhoven
Dese naar clocke geslag gepubliceert den 19e junij 1701, en nog den 25e feb. 1703, en nog den 28e octob. 1703,
en nog den 5e octob. 1705. Het probleem was kennelijk niet op slag uit de wereld. Blikjes en plastic afval worden niet genoemd. Daar was de tijd nog niet rijp voor.
Albert J. Niphuis