Via Jack van Laar (zie de vorige aflevering van deze rubriek) kwam ik bij groentehandel Turnhout aan de Oostdorperweg 45 terecht, waar mijn vriendin Ankie woonde.
Als je de winkel binnenging en er waren op dat moment geen klanten, dan riep je: “Blijf maar” en dan liep je om de toonbank heen naar het privédomein van de familie Turnhout. Tussen de middag werd er altijd warm gegeten en ik herinner mij nog goed dat Ankie’s vader heel veel zout en peper op zijn aardappels strooide. Op zaterdag bakte Ankie’s moeder altijd heerlijke patat. In hun grote schuur met uitgang aan de Bloemluststraat, werd de wagen van groentehandelaar Van der Krogt uit het Oostdorp gestald, het paard stond waarschijnlijk in de wei.
Als ik dan samen met mijn vriendin door de winkel naar buiten liep, kwam het wel eens voor, dat Jan Klumper met zijn oude krantjes naar binnen ging, een paar centen kreeg en dan bij het naar buiten gaan heel hard “Meidengek!” riep. Van Ankie’s lieve moeder mochten wij altijd een smous uit het blikken trommeltje pakken. Samen liepen wij de winkel uit met uitzicht op zuivelhandel Knijnenburg op de andere hoek van de Bloemluststraat en liepen terug richting Van Zuylen van Nijeveltstraat.
Soms liep je de straatveger tegen het lijf, die achter zijn karretje met schep en bezems erop een zojuist van de groenteboer Turnhout gekregen appeltje liep te eten. Wij staken de Oostdorperweg over en kwamen bij de Haven, waar een hele rij grote woonboten lagen. In de strenge winters liepen wij met de schaatsen onder de arm naar de Haven, bonden ze onder en schaatsten zo richting Zijlwetering en Tankval. Op de hoek van de Haven zat schoenenzaak Van der Holst en op de andere hoek was paardenslager Nagtegaal gevestigd, die zelf op zijn binnenplaats paarden slachtte. De straat overstekend kwam je terecht bij smederij Lefeber, die onder andere haarden verkocht. Zijn buurman was slager Hulscher, die samen met zijn vrouw het bedrijf runde.
Als je een fiets of een bromfiets nodig had, kon je terecht bij de heer Borsboom, terwijl naast hem de vierde slager Westgeest te vinden was. Deze slager slachtte onder andere de vetgemeste varkens van bakker Konings. Daarnaast stond de bollenschuur van bloembollenkweker Gardien. Het volgende blok begon met kruidenier Gerrit Kroon, die met een heel groot gebogen mes dunne plakjes kaas kon afsnijden. In dat piepkleine winkeltje stonden de houten bakken met witte en bruine bonen, terwijl de heerlijkste kaakjes en koekjes van Verkade je lagen aan te kijken vanonder hun glazen deksels. Kroon’s buurman, aannemer Kouwenhoven, had in zijn etalage allerlei “antiek” liggen voor de verkoop. Mannen die zich wilden laten scheren en knippen, konden terecht bij kapper Stouten en zijn zonen Jan en Henk De weg overstekend kwamen wij weer bij mijn ouderlijk huis.
Tot zover mijn herinneringen aan een stukje Oostdorperweg van een kleine 200 meter, vijftig jaar geleden.
Mariëtte van Lit-Pieterse

De Historische Vereniging Oud Wassenaer heeft getracht de rechthebbenden van afbeeldingen te achterhalen. Degene die de auteursrechten hierop heeft, wordt daarom uitgenodigd met de secretaris contact op te nemen. Voor de duidelijkheid in relatie tot de tekst zijn enkele foto’s bewerkt.