In één van de vorige afleveringen – Wandelen rondom Den Haag – naderden we ons dorp vanuit het zuiden. Nu naderen we Wassenaar vanuit het noorden. Voor alle duidelijkheid: het gaat mij niet om de route die we volgen. De manier waarop een dergelijke wandeling beschreven werd – in Het Vaderland van 28 juli 1928 – is voor mij aanleiding geweest om er hier aandacht aan te besteden.
Deze wandeling brengt u al weer door de weiden, maar niet door diep liggende polders, maar door groene landen, die begrensd worden door duinen en bosch. Weer zien we al het moois van de streek, geleid door een wegje, aan weerszijden dicht begroeid met elzen en wilgen, dat ons, terwijl het toegeeft aan al zijn ingevingen, brengt naar Wassenaar. Alles glanst en glimt, bespat door de stralen van de zon, die hoog aan den hemel, hier en daar bestreept door een witte, vage wolkenveeg, staat. De warmte trilt boven het roode pannendak van een boerderij. Muggen en vliegjes dansen in de milde lucht. Ergens verloren in de ruimte vaart een schuit, het bruine zeil hangt slap langs den mast. Af en toe gaat even een zacht geritsel door de boomen en dan hangt weer de middagstilte zwaar boven het zomersche land. Straks komen we in het Bosch, waar alles denkt en droomt. Hooge beuken en eiken temperen de felle zonnestralen en laten een zacht, teer licht door. Star staan de forsche stammen naast elkaar, zware pilaren die de hooge gewelven van stoere takken en machtige kronen dragen, waaronder het koel is. We steken de trambaan over en gaan het prachtige laantje, den Maaldriftschen Weg, in. Tusschen de boompjes en struiken erlangs hebben we tallooze mooie doorkijkjes op weiden, duinen, de dorpen Katwijk aan Zee en aan den Rijn, Valkenburg en de stad Leiden aan den eenen kant en aan den anderen kant op Wassenaar met zijn twee torens, zijn nieuwen watertoren en zijn korenmolen “Windlust”. Als we een driesprong voorbij zijn, gaat ons wegje bij een daaropvolgende bocht Hoogeboomsche Weg heeten. Na eenigen tijd komen we over een brug over de Zijlwetering. Gelukkig zijn de enkele vriendelijke watermolentjes, die het land zoo opvroolijken, wat echter meestal en hier zeker niet noodig is, tot nu toe gespaard gebleven. Bij een volgenden driesprong, is ons wegje al weer niet tevreden met zijn naam en heet nu Oostdorper Weg. Deze Oostdorper Weg brengt ons langs bollenlanden en enkele villatjes, in de buurt van Oostdorp, een voorstad van Wassenaar.
Carl Doeke Eisma