In een vorige aflevering van Actueel Verleden leerden we al dat huize Backershagen (gelegen tussen het Rijnlands Lyceum en de Rijksstraatweg) in 1857 en 1858 werd bewoond door prins Frederik en zijn echtgenote. Sinds prins Frederik het landhuis in 1846 had gekocht, werd er geregeld door zijn gasten gedineerd en gelogeerd.
De Nieuwe Utrechtse Courant komt in maart 1850 als eerste met een bericht over Backershagen: het huis werd toen in gereedheid gebracht om er in mei de kroonprins van Zweden te kunnen herbergen. In die maand werden ook de prins van Pruisen en andere verwanten van prins Frederik en echtgenote op Backershagen verwacht. In mei 1855 meldde de Leydsche Courant zelfs dat de keizerin-moeder van Rusland in aantocht was. Maar de krant moest dat bericht al een paar dagen later rectificeren: “De buitenplaats Backershagen (…) is wat de oude woning betreft ongeschikt om aanzienlijke gasten, (laat staan) eene keizerin van Rusland, te herbergen.”
Bij het naderende huwelijk van prinses Marie met prins Willem van Wied, nam laatstgenoemde in de zomer van 1870 zijn intrek in huize Backershagen. De Javabode van 10 juni 1870 gaf het volgende commentaar: “De prins Von Wied is veel jonger dan zijne aanstaande; hij ziet er uit als een bol luitenantje, die, pas de militaire Academie ontloopen, zelfs in het garnizoensleven nog geen held is.” Om vorstelijke gasten bij het huwelijk in 1871 te kunnen onderbrengen, werd Backershagen eerst “innerlijk geheel gerestaureerd en opnieuw gemeubileerd.” Het huwelijk van Marie en Willem leverde onder anderen een zoon Wilhelm op, die in 1913 en 1914 enige tijd koning van Albanië was.
De laatste vorstelijke bewoonster was Maria van Pruisen, de weduwe van prins Hendrik de Zeevaarder. Diverse kranten vermelden haar verblijf op Backershagen in de jaren 1879-1883. Met haar vertrek kwam een eind aan enkele decennia Royalty op Backershagen.
Robert van Lit

Huize Backershagen op een litho uit ca. 1856 naar een tekening van P.J. Lutgers.