Onlangs kreeg ik van onze dorpsgenoot Jasper Stijnis een schilderij van de molen Windlust cadeau. Los van de eventuele artistieke waarde geeft dit schilderij een deel van ons dorp zo rond 1900 weer. Het zou niet misstaan in een museum waarin het dorp Wassenaar centraal staat. In een uitgebreid artikel over het centrum van Wassenaar dat in november 2018 onder de titel Beeldkwaliteitsplan verscheen, kwam ik in het hoofdstuk Het nieuwe hart van Wassenaar het woord dorpsmuseum tegen. Zou dit er ooit komen? Deze gedachte is overigens niet nieuw. Ik kwam een tweetal artikelen tegen die over ditzelfde onderwerp gaan.

Schilderij van de Molen Windlust rond het jaar 1900.
Tentoonstelling Wassenaar
Ik neem een deel van een bijdrage uit het Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage van 9 augustus 1916 over. “De vereeniging ‘Wassenaar Vooruit’ heeft in het stemmig deftig dorps Raadhuis een tentoonstelling ingericht, waaruit men Wassenaar leert kennen, zooals het er in vroegere tijden uitzag. Kaarten, teekeningen, prenten, platen, gravures en photografieën geven een vrij duidelijk beeld van de oude kasteelen, burchten en buitengoederen, waaraan Oud Wassenaer zoo rijk was. De archieven van Leiden en den Haag, benevens enkele particuliere verzamelingen, leverden de rijke stof van deze collectie. Noemen wij slechts om een greep te doen Santhorst, Zuidwijck, Huis De Pauw, En Huis Ten Bosch, waarvan enkele nog bestaan, zij het dan geheel veranderd en anderen slechts voortleven in de herinnering. Dit materiaal zou permanent in Wassenaar aanwezig moeten zijn.”
Wassenaar voorheen en thans
Onder deze titel stond er in het Algemeen Handelsblad van 23 juli 1932 een verhaal over een historische tentoonstelling die geopend werd door de toenmalige burgemeester J.J.M. Wiegman. Hij zei onder meer: “Wassenaar kan op een oude geschiedenis bogen, een gevolg van het feit, dat het dorp tusschen de groote steden in Holland lag. De belangstelling voor de verzameling op deze tentoonstelling zou zoo groot moeten zijn, dat de mogelijkheid zal dienen te worden overwogen of aan hetgeen thans te bezichtigen is, niet een permanent karakter in den vorm van een museum moet worden gegeven.”
Het wonderlijke is echter dat dit museum er tot nu toe niet gekomen is. En dan te bedenken dat Katwijk, Voorburg, Scheveningen en Voorschoten, om enkele andere dorpen hier in de buurt te noemen, een dergelijk museum wél hebben. Wie weet is er iemand in ons dorp die voor een zekere tijd de huur van een pandje voor zijn of haar rekening wil nemen, aangenomen dat zo’n ruimte te vinden is. Er zijn zonder twijfel vrijwilligers die de organisatie van een dergelijk museum op zich willen nemen en er is voldoende materiaal om tentoon te stellen.
Carl Doeke Eisma