De naam Oostdorp vinden we voor het eerst vermeld in een rekening van de graaf van Holland uit het jaar 1334. In het gebied was echter al ongeveer 2000 jaar voor Christus sprake van bewoning, maar we weten niet hoe het toen genoemd werd. De begrenzing van het middeleeuwse Oostdorp is evenmin bekend. Grofweg moet worden gedacht aan het terrein tussen de Kaswatering en de Zijlwatering, strekkende vanaf het dorp in de richting van Valkenburg. Aangezien men in die tijd de richting van de Noordzee als het noorden beschouwde, lag het gebied vanuit die optiek oostelijk van het dorp. Dit zou de naam Oostdorp kunnen verklaren.
De buurtschap was dun bevolkt, zonder duidelijke kern. Een kaart uit 1615 laat zien dat er toen alleen een twintigtal verspreid staande gebouwen waren. In hoofdzaak waren dit boerderijen die droog op zandruggen stonden. Een aantal van deze hofsteden in Oostdorp waren al in 16e eeuw eigendom van elders wonende patriciërs. Enkele van deze heren deden hun bezit in de 17e eeuw langzamerhand uitgroeien tot buitenhuis. In de daaropvolgende eeuw zijn deze buitens weer afgebroken wegens economische neergang.
Het bij de boerderijen behorende land was laag gelegen, veelal vochtig en meestal in gebruik als weiland. De afwatering geschiedde aanvankelijk langs natuurlijke weg via de Kaswatering en de Zijlwatering. Door allerlei oorzaken werd de ontwatering steeds moeilijker. Om dit probleem structureel aan te pakken, stichtten enige landeigenaren "achter Oostdorp" op 12 maart 1633 de Oostdorper Polder. Kort daarna is gestart met bemalen. De laatste Oostdorper windmolen, die sinds 1717 uitmaalde op de Zijlwatering, brandde in de meidagen van 1940 grotendeels af als gevolg van oorlogshandelingen. Het restant werd in 1968 gesloopt.
Het patroon van verspreide bebouwing in Oostdorp bleef tot het einde van de 19e eeuw vrijwel ongewijzigd. Echter na de aanleg van de nieuwe haven aan de Oostdorperweg in 1893 gingen zich daar steeds meer bedrijfjes en middenstanders vestigen. Ook kwam er in 1909 een veilinglokaal annex kroeg, nu café “Rooie Cor”. Langs de weg bij de haven was een kleine kern ontstaan. Daar bleef het echter niet bij. In 1912 nam burgemeester Storm van ’s Gravesande het initiatief om de Wassenaarsche Bouwvereeniging op te richten. Het doel was om goede en goedkope arbeiderswoningen te realiseren. Hiertoe werd door aankoop van boeren een terrein verworven dat eeuwenlang Halleken heette en gelegen is tussen de Van Zuylen van Nijeveltstraat, de Dr. Mansveltkade, de Zonneveldweg en de Oostdorperweg. Dit ging nu Oostdorp heten, hoewel het maar een klein deel is van het oorspronkelijke gebied met die naam. De Bouwvereeniging ging voortvarend aan de slag. Een keur aan architecten ontwierp successievelijk een aantal huizenblokken. Gedurende het interbellum werd dit nieuwe Oostdorp geheel bebouwd. De opzet was steeds ruim en zo ontstond een afwisselende buurt met het karakter van een tuindorp.
Albert Clobus

Hallekensstraat 45-49, een huizenblok in cottagestijl naar een ontwerp van ir. Adolf Broese van Groenou uit 1913 (foto auteur).