Wanneer je aan mensen die buiten ons dorp wonen vertelt dat je in Wassenaar woont, gaan ze er meestal vanuit dat je op z'n minst eigenaar van een landgoed bent. Ik hoef u niet uit te leggen dat dit maar voor een deel van de ingezetenen van Wassenaar geldt. Mede daarom is ons dorp uitermate geschikt om gebruikt te worden als parodie zoals ook uit onderstaand gedicht blijkt. Een parodie is een spottende nabootsing van het origineel waarbij de eigenschappen worden uitvergroot.
Michel van der Plas (1927-2013) schreef de tekst van Het Kerstpakket van de zaak en Ruud Bos (geboren in 1936) zette het op muziek. Dit lied is onder andere ten gehore gebracht in het KRO programma Cursief, dat van 1967 tot 1975 op de radio te beluisteren was en ook Conny Stuart heeft het gezongen.
Omdat het nogal lang is, volgt hieronder het meest treffende deel ervan.
Het kerstpakket van de zaak
In 't stil en vredig dorpje Wassenaar
kijken een moeder en haar kinderen uit
over de donkre laan. Komt vader daar?
Ja! Klokke zes daar rijdt zijn Jaguar
het tuinpad op met zijn vertrouwd geluid.
En 't sprookje wordt weer waar.
Een blij gezin snelt juichend naar de hal,
half zeker van wat vader brengen zal,
als ieder jaar, op deze grote dag.
Een lichte kreet gaat op: 'Daar is hij al.'
En zie: daar staat hij, lang en bleek en smal.
Hij draagt de schat met een gespannen lach
en hij gaat voor naar de salon. En ach,
daar heeft hij 't al op tafel neergezet,
de kerstgroet van de zaak: het kerstpakket.
Nu treden, op een korte knik van vader,
eerst nog de dienstmeid en de huisknecht nader.
Dan fluistert moeder: 'Nu maar toegetast!"
En vader grijpt. Daar houdt hij blij verrast
een blikje koolvis in zijn rechterhand
en heft het hoog boven de hoofden uit
en zet de wangen in een felle brand.
En zie: daar is een potje fruit
en zure haring in een glas.
En - o, een blikje echte kippepootjes
en zelfs een zakje nootjes.
O, daar is blijdschap om die simple dingen:
het heuse blikje met sardellenringen
en de verpakte feestsigaar.
En zelfs een flesje wijn
voor moeder, als ze weer eens zwak mocht zijn.
En hoor, daar roept haar jongste met een hoge stem:
'O, kijk eens: jam!'
Die avond zweeft een engel door de lucht
en ziet beneden met een dankbre zucht
hoe daar,
in huis na huis van Wassenaar,
achter elk raam een kring te wachten staat,
gelukkig met die plotselinge overdaad
die weer zovelen even heeft gered.
O, goedheid zonder maat
van 't kerstpakket.
Carl Doeke Eisma
