Inwoners van bepaalde steden en dorpen in ons land hebben soms een raadselachtige bijnaam. Zo worden mensen uit Leiden wel "Hondenhangers" genoemd en inwoners van Rotterdam "Stoepenschijters." Benamingen als "Windhappers" voor mensen uit Den Haag en "Schollekoppen"voor inwoners uit Scheveningen zijn overigens weer wel te verklaren. Vaak gaat het dan om een historische verklaring. Maar wat moeten we met Wassenaarse "Lijmpotten"? In een artikel uit 1943 kwam ik deze benaming tegen.
Laat ik het begin van dit artikel overnemen:
"Onder de rook van Den Haag ligt het dorpje Wassenaar. Iedereen kent het, iedereen weet, hoe daar aan den voet der duinen een bevolking woont, behoorend tot de meest welgestelde in den lande. Langs den grooten weg van Den Haag naar Leiden liggen de buitens in prachtig hout, omgeven door groote landgoederen en daarachter, iets verder van den grooten weg af, beginnen de villa-wijken, waar de Haagsche forensen wonen. Aan een oud dorp Wassenaar denkt eigenlijk niemand. Dat hier in deze buurt nog arme menschen wonen, is haast niet te begrijpen. En toch is dat het geval. Toch is hier nog een bevolking, die reeds van ouder op ouder dezen grond bewoont en die nog altijd in dezelfde hoorige afhankelijkheid leeft van de "groote Heeren", en van de kerk, als hun voorouders van eeuwen geleden. De Katwijkers, menschen van geheel ander slag, zelfstandiger van geest, hebben dan ook voor deze bewoners van Wassenaar den welsprekenden naam "Lijmpotten" bedacht. Sedert eeuwen zijn deze lijmpotten onder elkaar getrouwd. Het gevolg van deze inteelt is, dat de oorspronkelijke Wassenaarders nu niet bepaald op zeer hoog peil staan. Voor een groot deel moeten wij ze rekenen tot voor ons volk weinig begeerenswaardige elementen. Daarbij komt dat de "groote Heeren" en de Kerk niet bijster veel gedaan hebben om hun "volk" een beetje meer levenskracht bij te brengen. Zij hebben dat niet gedaan en doen dat trouwens nog steeds niet."
En zo gaat dit verhaal nog een tijdje door. Wel moeten we ons realiseren dat dit artikel op 12 februari 1943 in het blad Storm stond en dan hebben we het over een uitgave van de Nederlandse SS. Daar werd wel meer onzin in gepubliceerd. Toch vraag ik me af waar die benaming "Lijmpotten" vandaan komt. Ik ben op zoek gegaan naar andere, misschien wel dubbelzinnige betekenissen van dit woord, maar die heb ik niet kunnen vinden. Mijn vraag aan U, gewaardeerde lezer, is dan ook: kende u deze omschrijving van de oorspronkelijke Wassenaarders en heeft u enig idee wat de betekenis ervan zou kunnen zijn?
Laat ik mijn e-mailadres hier onder zetten dan kunt u eventueel reageren.
Carl Doeke Eisma (

Een lijmpot