Hedenmorgen stond voor den kantonrechter, mr G.H. van Haeften, een inwoner uit Wassenaar terecht, die in zijn tuin aan den Buurtweg een bord had geplaatst, waarop reclame werd gemaakt voor de N.S.B. Dit bord zou in strijd zijn met de Provinciale verordening van 1913, tegen ontsierende reclame. Behoudens goedkeuring van Gedeputeerde Staten is het n.l. verboden reclameborden zoodanig te plaatsen, dat zij de landelijke omgeving ontsieren.
Het O.M. waargenomen door mr Langemeijer, requireerde tegen verdachte een boete van f 10 subs. 8 dagen, omdat naar zijn meening het bord, los van wat er op staat, valt onder de Provinciale verordening van 1913. Hij betoogde, dat de borden de intieme sfeer van de landelijke omgeving, waarin de Buurtweg ligt, afbreuk doen.
De verdediger, mr F.C. Stähle, wees in zijn pleidooi op artikel 2. waarin stond, dat geen ontsierende reclame mocht gemaakt worden in een “landelijke” omgeving. Naar zijn meening viel de Buurtweg in het geheel niet onder ‘landelijkheid”. Wanneer men ter plaatse wandelt ziet men er huis aan huis staan en krijgt men in het geheel geen idee “buiten” te zijn. Naar zijn meening moest hier dan ook een vrijspraak volgen.
De kantonrechter was het niet met Stähle eens. Zèlf kende hij de omgeeving zeer goed en hij meende hier wel degelijk van een “landelijke” buurt te kunnen spreken. Hij veroordeelde verdachte dan ook tot een boete van f 6.
Deze tekst komt uit het Vaderland van 26 maart 1937, dus enkele jaren voordat de Tweede Wereldoorlog in ons land begon. Gedurende die oorlog dacht men hier anders over, zeker als het om reclameborden voor de NSB ging.
(Voor de jongeren onder ons: NSB betekent Nationaal Socialistische Beweging. Het gaat hier om een politieke partij die een paar jaar later aan de kant van de bezetter stond.)
Carl Doeke Eisma