Dit is niet de eerste keer dat ik een wandeling door ons dorp onder de aandacht breng. Het gaat me dan niet alleen om de route die gevolgd wordt, maar vooral ook om de – vaak bloemrijke – manier waarop Wassenaar beschreven wordt. Dit stukje komt uit het Rotterdamsch Nieuwsblad van 2 juli 1894.
Het subliem-mooie Haagsche Bosch, de onvolprezen lustwarand, het pronkjuweel van Nederland, wordt in zijn geheel doorwandeld, steeds in noordelijke richting voortgaande en ten slotte komt men aan den uitgang van het woud, waar het begin is van den Leidschen straatweg. Deze weg is niet zeer mooi. Soms is er even een opening, dan ziet men een, onmiddellijk door bosschaadjen afgesloten landschapje, aanlokkelijk en oogbekorend in zijn helder blauw, zonder kleurnuances, of wel een lange zijlaan, aan het einde waarvan een buitengoed ligt. Er zijn er verscheidene, de voornaamste zijn Wildrust, Groot Hazenbroek en Oud-Wassenaar. ’t Laatste, een modern kasteel, is zelfs zeer mooi. De meeste buitenplaatsen zijn onbewoond, zij waren het eigendom van wijlen Prins Frederik. Daar is links, een zijweg naar het dorp Wassenaar. Men doet wel [Men doet er goed aan] even in het café “Den Deyl” dat op den hoek van dien zijweg en den grooten weg staat, te gaan zitten, buiten onder de veranda, bediening en consumptie zijn heel goed, de laatste niet duur bovendien. Als dit oogenblikje rust is afgeloopen, of beter gezegd afgezeten, afgegeten en afgedronken, dan kuiert men in tien minuten naar Wassenaar. Het dorp ligt aan den voet van een duin, heel gezond, het heeft een aardig oud kerkje en een typisch pleintje met de traditioneele dorpspomp in het midden. Het kan zich er voorts op beroemen zoo zindelijk, zoo Hollandsche-huismoeder-hartveroverend rein gehouden te worden als geen van zijn neven; ’t is er kraakhelder; ’t glimt alles, de straatsteenen zijn zindelijker als de ijzeren etenspot in heel veel burgerhuisgezinnen. Wassenaar is het Zuid-Hollandsche Broek in Waterland, ’t onderscheidt zich van het laatste daardoor, dat het niet de naam, maar wel de daad heeft.
Deze laatste opmerking vraagt om enige uitleg. Broek in Waterland is een dorp ten noorden van Amsterdam. Kennelijk werd het in die tijd gezien als een voorbeeld van een dorp, dat er zeer schoon uitzag. Het woord broek, of broekig, betekent moerassig land. De ondergrond van het dorp Wassenaar bestaat ten dele uit zandgrond – strandwallen – en ten dele uit veengrond. Oorspronkelijk waren die delen tussen de strandwallen moerassig. De naam van ons dorp zou hier zelfs van afgeleid zijn, omdat het woord wasa ook drassige grond betekent. )
Carl Doeke Eisma