Het radicalisme van de patriottenbeweging in de 18e eeuw vond uiteindelijk zijn hoogtepunt in de grondwet van 1798. In de jaren daarna vond een geleidelijke verzoening plaats tussen orangisten en patriotten en toen in 1813 het Koninkrijk der Nederlanden werd uitgeroepen moest men van deze tegenstellingen niet veel meer hebben. In Wassenaar deed het dorpsbestuur al direct bij het begin van de Bataafse Revolutie (zie nr. 48) een poging om tot verzoening te komen. Het resolutieboek van het bestuur, op dat moment nog het ancien régime (!), verhaalt over de 20e januari 1795 het volgende.
De "Burgers" hebben aan "'t Geregt" - het dorpsbestuur - gevraagd om een vrijheidsboom te mogen oprichten. Nadat het bestuur "nader berigt uit 's Hage" heeft ontvangen stemt het daarin toe "en is daarop de planting geschied". Intussen had de bevolking ook gevraagd om de gerechtsbode aan "alle de Ingezeetenen van het Dorp kennisse te geeven" dat er een vrijheidsboom geplant zou worden en om iedereen uit te nodigen om 's middags om 3 uur op het plein van het dorp te komen en "elkander de hand van Broederschap te geeven, en de vorige oneenigheeden te vergeeven en te vergeeten".
Op het aangekondigde tijdstip was een groot deel van de Wassenaarders op het plein samengestroomd. Uit het Regthuys kwam het dorpsbestuur naar buiten en de baljuw begon "de verzamelde gemeente" toe te spreken:
"Dat het geregt met veel genoegen vernomen hebbende de sterke geneigdheid van veele Ingezeetenen ter verzoening en vergeeving van 't gepasseerde, daar toe, op derzelver verzoek, wel hadden willen meede werken door deeze bijeenkomst; dat derhalven een iegelijk die daar toe geneegen was met het geregt zijn hand zoude opsteeken en uitroepen Hoezee". Er barstte een luid gejuich los en het kostte de baljuw moeite om de menigte weer stil te krijgen, zodat hij zijn toespraak kon vervolgen:
"Dat het Geregt niet twijffelde of deeze verzoening geschiede van ganscher harten, en wenschte dat God Almachtig zijn zeegen daar over geliefde te schenken". Opnieuw barstte er een "eenparig gejuich" en een "drievoudig geroep van Hoezee" los en men gaf elkaar "de hand van Broederschap" met "veele blijken van welmeenendheid". En "de vrouwen der Burgers" dansten, "zonder aanzien van vorige denkwijzen" met elkaar om de geplantte vrijheidsboom. Het dorpsbestuur was over de afloop kennelijk opgelucht, want hun verslag eindigt met: "en alles in 't vriendelijke is afgeloopen en gebleeven."
Overigens zou de Bataafs-Franse tijd nog wel aanleiding geven tot de nodige spanningen. Daarvan is de strijd om de Wassenaarse Dorpskerk tussen de gereformeerden en de katholieken (1798-1810, zie nr. 14) een duidelijk voorbeeld.
Marry Niphuis