Inmiddels zijn we in deze rubriek aardig op weg naar de honderd artikeltjes. Maar de ongekroonde koning van de ‘stukjes’ is en blijft voorlopig A.A.G. van der Kleij. Hij schreef er maar liefst zeshonderd tussen 1974 en 1992. Adri van der Kleij (1909-1993) was een gepensioneerd meubelmaker met een grote passie voor de geschiedenis van Wassenaar. Hij vergaarde zijn kennis via gesprekken met oude Wassenaarders, documenten die hij kreeg toegestopt en via opgravingen. Als er ergens in het dorp gebouwd of verbouwd werd, was Van der Kleij erbij om te zien of er misschien een oude kelder of waterput te voorschijn kwam, die hij dan vakkundig verder uitgroef. Zo bouwde hij een prachtige collectie archeologische voorwerpen op, die hij later aan de Wassenaarse Oudheidkamer schonk.
In nr. 68 van zijn rubriek ‘Wat weten wij van Wassenaar’ ging Van der Kleij in op de vraag, hoe hij er toe was gekomen om stukjes te gaan schrijven. ‘Hoofdzakelijk door wijlen de heer Oosterling’, was zijn antwoord, ‘die door zijn enthousiasme voor de geschiedenis van Wassenaar, bij mij ook belangstelling wekte. Toen hij een keer bij mij kwam en vertelde dat de Van der Kleij’s altijd in Wassenaar gewoond hebben en mij een document liet zien uit 1615 van de schout Van der Cley, waaronder een zegel hing, wilde ik ook steeds meer over Wassenaar weten.’ Van der Kleij en dorpshistoricus L.G. Oosterling, een gepensioneerd rijksambtenaar, woonden schuin tegenover elkaar in de Achterweg.
In de stukjes werden de lezers om informatie gevraagd. De allereerste vraag luidde: wie weet er iets van de waag van Wassenaar? Met zijn tweede vraag haalde Van der Kleij nog veel meer overhoop: ‘Wie weet er iets van onderaardse gangen en tunnels om en op het Plein?’ Een jarenlange zoektocht in kelders en riolen was het gevolg, maar veel concreets leverde het niet op. Dat laatste kan gelukkig niet gezegd worden van zijn artikelen. Zijn vragen leverden vaak onbekende historische gegevens op, die anders verloren waren gegaan.
Het produceren van de artikeltjes werd een vast ritueel. Adri schreef en vervolgens was daar een goede vriendin, mevrouw Smeele-van Bommel, die de stukjes voor hem uittikte. En dan was er Adri’s schoonzoon Jan van der Plas die oude foto’s voor hem reproduceerde.
Bijna twintig jaar heeft Adri van der Kleij met veel enthousiasme over de geschiedenis van Wassenaar geschreven. Bij het verschijnen van nummer 500 in juli 1988 werd Van der Kleij in het kantoor van de krant gehuldigd en verscheen er bovendien een aan hem opgedragen krantenbijlage met historische opstellen over Wassenaar van diverse auteurs.
Daarna zijn er nog honderd artikeltjes van zijn hand verschenen. Aan het eind werd de inspiratie schijnbaar minder, want de latere stukjes bestonden voornamelijk uit foto’s met een kort bijschrift. Op 29 april 1992 verscheen nummer 600. Voor Van der Kleij was het nu welletjes. Hij overleed in het volgende jaar.
Robert van Lit