Regelmatig verschijnen er berichten in de courant over het schelpenvissershuisje en de tuinderswoning aan het Tuinpad. Huisjes die aan vroegere generaties Wassenaarders doen denken. Mensen die we niet mogen vergeten.
Onwillekeurig gaan mijn gedachten dan uit naar mijn opa, een schelpenvisser die elke dag voor dag en dauw op stap ging met zijn schelpenkar om schelpen te vissen aan het strand van Het Wassenaarse Slag. Mijn opa die voor 12 kinderen - 8 jongens en 4 meisjes - moest zorgen. Ga er maar eens aan staan. Hij had het niet breed en verdiende zijn brood met allerlei activiteiten om deze vele monden te voeden. Naast het vissen van schelpen en het planten van helm had hij, net als vele andere Wassenaarders, in zijn schuur twee varkens, één voor de verkoop en één voor eigen gebruik. Als ik dit en andere dorpse verhalen op mijn kantoor, het directoraat-generaal van de Buitenlandse Economische Betrekkingen van het Ministerie van Economische Zaken, vertel - bijvoorbeeld over de ontsnapte koe op het schoolplein - wordt er ongelovig naar me gekeken. Wassenaar is toch immers een villadorp voor ambassadeurs en captains of industry. Kende Wassenaar dan ook nog echte dorpelingen die niet in een huis met een zwembad wonen? Dan vertel ik een en ander over de dorpspomp, over het schelpenvissershuisje en over de tuinderswoning in het Tuinpad. Vervolgens deel ik mede dat de tuinderswoning tot voor kort nog niet aangesloten was op de waterleiding, maar over een pomp beschikte.
Ook vertel ik hen wat over de inwoners van Wassenaar. Immers, een huis leeft pas als je de bewoners ook kent. Aan mijn collega’s, die uit Amsterdam komen en dagelijks over de Rijksstraatweg rijden, verhaal ik de ontstaansgeschiedenis van huize Ivicke. Ook vertel ik hen de reden waarom het huis met het blauwe dak een blauw dak heeft; de eerste eigenaar wilde vanuit zijn koepeltje zo graag de Middellandse Zee voor zich zien. Daarnaast vertel ik over de bewoners van het schelpenvissershuisje en de tuinderswoning. In elk huisje woonden lange tijd twee dames die Noordover heetten. De dames in de tuinderswoning stonden bekend als de dames Noordover. In het schelpenvissershuisje woonden “de ossen”. Deze dames dankten hun naam aan hun vader, Jan Noordover. Hij bezat het café “de Bonte Os”, dat zijn naam weer dankte aan het feit dat de eigenaar voor de nodige bijverdiensten in de duinen helm reed met een kar waar een bonte os voor was gespannen. Op deze manier kan ik de geschiedenis van Wassenaar mooi illustreren en duidelijk maken dat het een mooi dorp is.
Peter Kortekaas

Het Tuinpad met links het schelpenvissershuisje. Ansichtkaart ca 1900.