Hij is totaal vergeten en komt nauwelijks voor in de vele boekwerken over de Wassenaarse geschiedenis. Toch was hij korte tijd eigenaar en bewoner van kasteel Oud Wassenaar. Bovendien was hij een echte prins en een volle neef van onze koningin Wilhelmina.
Eberwyn prins van Bentheim en Steinfurt was de oudste zoon en opvolger van de vorst van Bentheim, die gehuwd was met Pauline prinses van Waldeck-Pyrmont, zuster van koningin-moeder Emma. De in 1882 in Potsdam geboren prins ging aan de haal met een burgermeisje. Hij trouwde in 1906 in Londen met Lilly Langenfeld nadat hij afstand had gedaan van zijn rechten als oudste zoon. Ver beneden je stand trouwen gold in die tijd, zeker onder gekroonde hoofden, als een doodzonde. Eberwyn werd dan ook door zijn familie en andere verwanten met de nek aangekeken. De prins vestigde zich in Holland. Eerst verbleef hij met zijn bruid in het Haagse Hotel des Indes en vervolgens kocht hij kasteel Oud Wassenaar, waar hij zich vestigde. Verwarring stichtte hij doordat hij op zijn rijtuigen kroontjes liet aanbrengen en zijn koetsier in een livrei stak, dat sterk op dat van het personeel van de koningin leek. Militairen die de koets in het oog kregen, sprongen dan ook in de houding. Journalisten vroegen zich intussen af, hoe de door zijn familie verstoten prins eigenlijk aan geld kwam. Die vraag kon spoedig worden beantwoord. Toen de prins in april 1907 in gebreke bleef om het eerste deel van de koopsom van Oud Wassenaar te voldoen, vroeg de Maatschappij tot Explotiatie van Park Oud Wassenaar zijn faillissement aan. De pers reageerde weinig vriendelijk op de berooide eigenaar van kasteel Oud Wassenaar. Zo schreef de Javabode in juni 1907: ‘De prins woonde er met het juffie, een vroegere winkelmug zegt men, die hij tot prinses had verheven, zeer tot ergernis van het hof. De koningin heeft zich, uit den aard, dan ook nooit met dezen neef bemoeid. Blijkbaar had hij meer geld noodig dan in contanten voorradig’. Dat de prins met zijn hofrijtuigen velen op het verkeerde been zette, vond de krant minder ernstig; ‘het ergste zijn er de leveranciers aan toe, die wel heel weinig van hun duiten zullen terugzien, aangezien de prins, het land verlatende, vergeten heeft zijn adres achter te laten’.