Nadat een fatale brand hun boerderij (Oostdorperweg 208) in juli 1932 in de as had gelegd, zat de eigenaar, de familie Barends, met de handen in het haar. Zij nam voorlopig haar intrek in de gespaard gebleven varkensstal. Geld voor de herbouw van de boerderij was er niet. Vanwege bouwvalligheid van de hoeve was de familie Barends kort voor de brand uit de verzekering gezet. Gelukkig kwam er spoedig een stroom hulpbetoon los uit de Wassenaarse bevolking. Er werd een inzamelingsactie georganiseerd ‘om de familie B. aan een bescheiden dak boven het hoofd te helpen’. De Wassenaarse bouwkundige (en oud-brandweercommandant) G.J. van der Mark lanceerde het plan om de verwoeste boerderij ‘op bescheiden schaal te herbouwen’, waarbij hij zelf de leiding van het werk op zich nam. Volgens dit plan werd alleen het woongedeelte van de boerderij herbouwd. Met gebruikmaking van bouwdelen die niet waren uitgebrand, te weten de oude melkkelder, de opkamer daarboven en een deel van de woonkamer, werd een smal woonhuis opgetrokken. In plaats van een rieten dak kreeg dit huis een pannendak. Tal van Wassenaarse bedrijven deden schenkingen in natura of gaven hoge kortingen op materialen als stenen, cement, schelpkalk, ramen, deuren, kozijnen, kaphout, teer en steigermateriaal. De firma Leijen schonk een loden waterpomp, de firma Cossee een zwart marmeren schoorsteenmantel. Werkloze bouwvakkers bouwden het huis binnen vier maanden op. Wethouder Van Leeuwen droeg het herbouwde huis op feestelijke wijze over aan de familie Barends. Alleen het schilderwerk was toen nog niet klaar en meubels ontbraken grotendeels. De familie Barends was blij met haar vernieuwde woning. In zijn dankwoord eindigde de heer Barends met ‘duizendmaal dank’.
Robert van Lit