Een gedenksteen in de zijgevel van de Johannushoeve aan de Oostdorperweg 208, bewoond door de familie Binnendijk, herinnert er nog aan: ‘Afgebrand en herbouwd door de burgerij 11 juli 1932’. Die datum slaat op de fatale brand. Op deze maandagmiddag ging er iets mis bij de buren. Boer Van Egmond, bewoner van de hoeve direct ten noorden van de Johannushoeve, kreeg te maken met een brandje in de varkensschuur achter zijn boerderij. Hij probeerde zelf het vuur te doven, maar slaagde daar niet in. De omwonenden wisten op dat moment nog niet wat hen boven het hoofd hing; zij dachten dat er afval werd verbrand. Van de varkensstal sloeg het vuur over op de naastgelegen hooiberg en vervolgens op de boerderij van Van Egmond. Ondertussen was ook de brandweer gearriveerd. Deze stond voor een groot probleem: in de directe omgeving was geen bluswater voorhanden. Kostbare minuten gingen verloren doordat vele meters slang moesten worden uitgelegd. Inmiddels was de vuurzee enorm. Een lichte bries zorgde ervoor dat vonken oversloegen naar het rieten dak van de Johannushoeve. De boerderij en de hooiberg vatten vlam en ook de hooiberg van boer Van der Salm, aan de overkant van de weg, raakte in brand. Deze laatste brand kon gelukkig worden geblust, maar de Johannushoeve was reddeloos verloren. De aangerichte schade was enorm. De Johannushoeve werd grotendeels verwoest, de boerderij van Van Egmond zwaar beschadigd. Tien varkens van Van Egmond kwamen om in de vlammen. De Wassenaarsche Courant meldde onbedoeld komisch: ‘Deze beesten waren niet verzekerd’. Treuriger was het dat ook de eigenaars van de Johannushoeve niet tegen brand verzekerd waren.Dankzij acties vanuit de burgerij kon de boerderij worden herbouwd.
Robert van Lit