In de wat oudere literatuur over huize De Paauw wordt altijd gezegd dat het huidige pand rond 1800 is gebouwd. Toen zou een ouder huis De Paauw afgebroken zijn en werd er nieuwbouw gepleegd.
Daarna is het door prins Frederik, die het als zomerverblijf gebruikte, verschillende keren vergroot. Zo’n twintig jaar geleden heb ik voor het eerst vraagtekens geplaatst bij die volledige sloop in 1800. Daartoe kwam ik door het vergelijken van archiefgegevens. In een verkoopakte uit 1770, toen Adriaan Pieter Twent De Paauw aankocht, worden enkele bijzondere zaken genoemd die bij de koop waren inbegrepen. Het waren onder andere “alle de Kamerbehangsels in de vertrekken, schilderijen boove de deuren, en in en voor de schoorsteenen, gelijk ook de vaste spiegels en twee marmeren penant tafeltjes met der zelver voeten in de groote zael.”
Na het overlijden van Twent in 1816 werd een inventaris opgemaakt, waarin de grote zaal opnieuw genoemd werd, nog steeds voorzien van vaste spiegels en twee penanttafeltjes met marmeren bladen. Dit wekt de indruk dat de “groote zael” (de huidige recht achter de hoofdingang liggende Tuinzaal) tussen 1770 en 1816 onveranderd is gebleven. Op zich is dit niet verrassend, want in vroeger eeuwen was het minder gebruikelijk dan nu om een pand totaal door nieuwbouw te vervangen. Veelal volstond men met een nieuwe voorgevel, het aanpassen van bestaande ruimten en eventueel het toevoegen van een extra etage of vleugel.
Enkele details in het huidige Huis De Paauw kunnen uitsluitsel geven over de ouderdom. Kenmerkend zijn bijvoorbeeld de ramen in het souterrain van het oudste gedeelte (de Tuinzaal en directe omgeving). Deze ramen hebben een zware natuurstenen omlijsting, zoals ik die ken van gebouwen uit de 17de eeuw. Op de bovenste verdieping is nog een oude dakconstructie te zien, die aangeeft dat De Paauw vroeger gedekt werd door twee zadeldaken evenwijdig aan de voorgevel, met een zakgoot ertussen. Later zijn die zadeldaken vervangen door een plat dak.
Een expert zou eens naar dat soort details moeten kijken om tot een nauwkeurige datering te komen.
Overigens heeft het raadhuis veel onbekende, interessante ruimten. Helemaal bovenin is bijvoorbeeld nog een oud rommelzoldertje, opgeschilderd in blauwgrijs. Het is te bereiken via een uiterst smal houten trappetje. Hier kun je je nog goed voorstellen hoe knechten van prins Frederik de zware bagagekoffers naar boven zeulden. In het souterrain is nog de oude keuken bewaard gebleven. Kompleet met een grote schouw, geflankeerd door twee gemetselde waterfornuizen. Ook is er nog een hardstenen bak die bij een pomp hoorde. Deze ruimte wordt nu voor opslag gebruikt. Het zou leuk zijn deze keuken ooit nog eens op te knappen om hem op gezette tijden te kunnen laten zien aan het publiek.
Robert van Lit