Ik vind het altijd een voorrecht om in Raadhuis De Paauw te zijn. Een prachtig paleis uit de 19de eeuw, waar ooit een echte Oranjeprins met zijn gezin woonde. Met prachtige vertrekken, zoals de huidige Burgemeesterskamer waar prins Frederik der Nederlanden na een lang leven in 1881 het moede hoofd neerlegde.
Naast imponerende staatsievertrekken als de Raadzaal (de vroegere Balzaal), de Spiegelhal en de Tuinzaal heeft De Paauw ook ruimten waar de gewone bezoeker zelden of nooit komt. Dat zijn dan met name de kamers waar vroeger het talrijke personeel van de prins werkzaam was. Laten we eens beneden gaan kijken, in het souterrain. Via een brede trap kom je vanaf de beletage in het onderhuis, waar de plafonds beduidend lager zijn dan elders in het gebouw. Nu vinden we hier een serie vitrines met oudheden (veelal in Wassenaar opgegraven bodemvondsten) van de Stichting Historisch Centrum Wassenaar. In de aangrenzende ruimten kunnen we genieten van de prachtige collectie van het Brandweermuseum. Ten tijde van prins Frederik moet hier het huishoudelijk personeel hebben gewoond en gewerkt. Een lange gang met vertrekken aan weerzijden voert naar de oude wijnkelder aan de zuidzijde van het gebouw. Via een deur rechts komen we in de vroegere keuken.
Hier is nog een reusachtige schouw bewaard gebleven, met aan weerszijden hoge ronde gemetselde waterfornuizen. In deze fornuizen kon met behulp van koperen ketels heet water worden gestookt. In een hoek is nog de natuurstenen bak van een waterpomp; de pomp zelf is verdwenen. Her en der in het onderhuis zijn opslagplaatsen. De vreemdste is die onder de Burgemeesterskamer, waar geen stahoogte is en waar je gewoon in het mulle droge zand gebukt staat.
Ook helemaal bovenin De Paauw zijn oude opslagruimten. Via de brede staatsietrap (voor het prinselijk gezin; er is ook een tweede, smalle trap voor het personeel) kom je uiteindelijk terecht in de Pauwenhoed die tot in de jaren tachtig in gebruik was als personeelskantine. Nu is deze ruime zolderkamer de werkruimte van de archeologische werkgroep van de Stichting Historisch Centrum Wassenaar. In grote boekenkasten staat hier het rijke boekenbezit van de Stichting en van de Historische Vereniging Oud Wassenaer. Belangstellenden zijn welkom om erin te neuzen. Bijzonder in deze ruimte is de constructie van de zolderbalken. Duidelijk is te zien dat dit oudste gedeelte van De Paauw oorspronkelijk was gedekt door twee naast elkaar gelegen zadeldaken, en dat dit later is veranderd. Achter een deur in deze werkruimte vinden we een trap omhoog die naar een volgende zolder voert. Hier voelen we ons even een lakei uit de tijd van prins Frederik, want in deze ruimte is al meer dan een eeuw niets veranderd. Bukkend proberen we de lage zolderbalken te vermijden. Al het houtwerk is hier blauwgrijs geschilderd. Er liggen wat spullen als oude lamparmaturen die inmiddels flink wat stof hebben verzameld.
Via een ladder klimmen we vanuit de werkruimte van de Stichting naar een klein deurtje, dat ons naar het platte dak voert. Hier ontvouwt zich een lichtelijk bizar landschap met veel zink, schoorstenen en rare uitbouwtjes. Het geheel doet een beetje denken aan het dakterras van een Amsterdams grachtenpand. Op het zinken dak verrijst een merkwaardig en sierlijk bouwsel, een soort wit tuinhuis met grote ramen. Het is de koekoek waardoor daglicht wordt gebracht naar het trappenhuis. Zou prins Frederik hier zelf ooit zijn geweest?
Robert van Lit