De Stichting Historisch Centrum Wassenaar maakt zich al een tijd zorgen over de Wassenaarse waag. Voorzitter P.G. de Geus maakte onlangs, samen met ondergetekende, wethouder Alkemade attent op de slechte bouwkundige staat van de waag. Het stichtingsbestuur zou graag zien dat de waag een beschermd monument wordt.
De Wassenaarse waag is niet zo imposant als de vaak eeuwenoude waaggebouwen die je in de Hollandse steden ziet. Het is een vrij simpel, witgepleisterd gebouwtje dat schuin achter het “Huis van Pompe” (nu antiekzaak Peartree) aan de Kerkstraat staat. De waag staat aan een binnenplein dat vroeger behoorde bij de herberg “Het Wapen van Leiden”, Langstraat 54. Het binnenplein was zowel vanuit de Langstraat, waar een stenen paal met een hardstenen granaatappel bij de ingang stond, als vanuit de Kerkstraat te bereiken. De waag is een langgerekt, laag gebouwtje dat aan de voorzijde is voorzien van grote openslaande deuren. Het wordt gedekt door een zadeldak. Aan de zoldering hangt een ijzeren bascule uit 1675. Als het goed is zijn er ook nog een aantal gewichten die bij het wegen werden gebruikt. P.G. de Geus verzamelde wat documentatie, waaronder enkele krantenartikelen van dorpshistoricus A.A.G. van der Kleij. Volgens Van der Kleij is de eeuwenoude bascule voor het laatst gebruikt in 1940. Aan de éne kant van de bascule hing een houten bak aan touwen. Deze bak mat 1,50 x 1 x 1 meter en fungeerde als een soort sluis. “Als er een varken gewogen werd, kon het beest er van voren in en van achteren weer uit”, aldus Van der Kleij. “Er werden varkens gewogen van over de 600 pond. Paul Rodenburg van de Raaphorstlaan was daar specialist in. Maar niet alleen varkens werden er gewogen, ook kaas, kalveren, en in het begin van de zomer geschoren schapenwol, die opgekocht en opgeslagen werd door Gerrit van der Stoel van de Middelweg.”
Uit gegevens in het Wassenaarse gemeentearchief blijkt, dat Wassenaar in 1667 haar waag kreeg. In dat jaar verklaarde Jacob baron van Wassenaer-Obdam dat de ingezetenen voortaan gebruik moesten maken van de diensten van de “geswooren meeter onser baenderheerlijkheid Cornelis Corneliss. Moelenaer.” Of die eerste waag dezelfde is als die nu nog aan de Kerkstraat staat, is niet bekend. Wel zijn verschillende namen van waagmeesters overgeleverd. Bovendien weten we dat de waag aan de Kerkstraat aan het eind van de 19de eeuw eigendom was van de familie Van Beveren, die ook eigenares was van de herberg aan de Langstraat. In 1901 verkocht J. van Beveren de herberg en de waag aan T.H. van der Zalm. Veel later werd de familie Theil eigenares.
Uit de stukjes van Van der Kleij blijkt bovendien dat er vlak bij de waag, aan hetzelfde binnenplein, een groenteveiling was gevestigd. Hier werden groenten en aardappelen geveild: “Voorzitter van die groenteveiling was Arie Versteeg, Willem Zonneveld was de boekhouder en J.M. Lammers was de afslager. Deze afslager liet de prijzen horen. Voor een leek was er niet uit wijs te worden. Het was in onze oren een aaneenschakeling van cijfers en letters waar niets van was te verstaan, en dat ging dan zo door tot iemand ‘mijn’ riep.” In welk gebouw deze groenteveiling was gevestigd, is mij niet bekend.
Al met al is de waag een bijzonder cultuurhistorisch element met een rijk verleden, dat het verdient om voor het nageslacht bewaard te blijven.
Robert van Lit