Al twee keer (afleveringen 338 en 389) is in deze rubriek aangegeven dat de gietijzeren pomp op het Plein in 1869 in de plaats kwam van een hardstenen exemplaar. De laatste was toen kennelijk aan vervanging toe.
Min of meer bij toeval vonden we dat in 1703 al een stenen pomp werd gemaakt. In een resolutieboek van het dorpsbestuur valt te lezen: “op woensdag den 18e julij 1703 is gesprooken over de reparatie van de Dorps pomp en geresolveert [besloten] de put te laaten sinken [verdiepen] en te repareren ten meesten oirbaar [zo gepast mogelijk]” De mogelijkheid dat deze pomp tussen 1703 en 1869 al een keer vervangen is, kunnen we echter niet uitsluiten. Er zijn namelijk aanwijzingen dat de pomp vóór 1869 naar de huidige plek werd verplaatst. Op de bijgaande afbeelding van het Plein, een tekening van Jacob Elias la Fargue van 1773, staat de pomp zo te zien niet midden op het Plein, maar wat dichter bij het Baljuwhuis. En G.J. van der Mark meldde in zijn geschrift Boerderijen en oude gebouwen in Wassenaar dat de pomp omstreeks 1800 is verplaatst naar het midden van het Plein, waar een “nieuwe welput werd gemaakt.”
Dorpsomslagen
De Rekening van de dorpsomslag, met geliasseerde bijlagen, van omstreeks 1670 tot 1910 bevat ondermeer een opsomming van inkomsten en uitgaven van het dorpsbestuur, met ook de rekeningen van een aantal ambachtslieden. Daarin vonden we: “noch in den jaere 1673 betaelt over het maecken van de nieuwe pomp op het pleijn van het dorp een somme van 136 Ł 6 st 4 penn.”. De aanduiding “nieuwe pomp”, doet vermoeden dat er voorheen ook al een pomp stond. Blijkens enkele rekeningen ging het in 1673 nog om een pomp met een houten ommanteling. Er werden althans hout en spijkers voor aangeleverd en er werd verfwerk verricht. Héél lang hield die pomp kennelijk niet stand, want zoals reeds gemeld, werd er in 1703 een stenen pomp geplaatst. In dat jaar werd het benodigde materiaal vanuit Leiden aangevoerd. Een groot deel van dit materiaal bestond uit 'bentemer hartsteene stucken'. Dat wil zeggen Bentheimer zandsteen dat in het graafschap Bentheim in Nedersaksen, vlak over de grens met Duitsland uit steengroeven gewonnen werd. Aanvankelijk is het geelbruin van kleur en door verwering wordt het donkerder. Met behulp van paard en wagen en vervolgens met schepen werd het naar 'Leijde' vervoerd. Naast deze stenen worden de volgende materialen genoemd: 'loot, ijserwerk, hout, spijkers, kalk, zand en verff'. Een man of acht heeft de diverse werkzaamheden uitgevoerd. Een tweetal voorbeelden: 'Eijndelijk nog tot Leijden geweest om de steen tot de pomp' en 'De Lootgieter die het loot op de pomp leijde'. Ook troffen we een rekening aan van de levering van 'genever en brandewijn'. Ook nu nog is het gebruikelijk om een dronk uit te brengen op het welslagen van zo'n project. Wanneer we de rekeningen optellen komen we tot een bedrag van ruim 450 gulden, een aardig bedrag voor die tijd.
Van de bovengenoemde verplaatsing van deze pomp naar de huidige plek vonden we in het archief helaas nog geen stukken die dat bevestigen.
Carl Doeke Eisma
Albert Niphuis

Tekening van het dorpsplein van J.E. la Fargue van 1773. Foto Gemeentearchief.