Hoewel de oude Grieken het begrip statische elektriciteit al kenden – elektron is het Griekse woord voor barnsteen – zou het nog tot ongeveer 1900 duren voordat de elektriciteit die wij nu kennen algemeen toepasbaar werd. Als voorbeeld: de elektrische straatverlichting in Amsterdam kwam sinds 1916 van de grond.
In 1917 kregen de architecten Johannes Thomas Wouters en Co Brandes opdracht van De Electriciteits Maatschappij “Wassenaar” om een Hoogspanningsstation te ontwerpen. Dit moest een plaatsje krijgen op de Lange Kerkdam op nummer 32 en de stroom, zoals elektriciteit al snel genoemd werd, zou geleverd worden door de “Stedelijke Fabrieken van Gas en Electriciteit” te Leiden. Vanuit dit station werd die stroom via kleinere transformatorhuisjes naar de rest van ons dorp getransporteerd. Omdat het in die tijd nog om hoogspanningslijnen ging die, ver boven het maaiveld gespannen werden, moest dit huisje een zekere hoogte hebben. De nok van het dak was dan ook ruim 10 meter boven de grond en de stroomdraden kwamen op een hoogte van zo’n 6 meter via een drietal openingen in de muren van de eerste verdieping naar binnen. Wanneer je het ontwerp van de beide architecten bekijkt, zie je, dat ze hun best hebben gedaan om er een gebouwtje van te maken dat het aanzien waard was, door middel van wisselende baksteenlagen en fraaie deuren en ramen. Van 1925 tot 1961 reed de gele tram er langs en de bovenleiding van deze tram was verbonden met dit Hoogspanningsstation. In deze periode heeft men er een wachthuisje voor de passagiers tegenaan gebouwd. De spanning bedroeg 10.000 volt en dat was lange tijd voldoende om de inwoners van ons dorp van stroom te voorzien. In de Wassenaarse Courant van 12 januari 1962 valt te lezen dat deze spanning naar 50.000 volt verhoogd zal worden en men besluit dan ook een nieuw Hoogspanningsstation te gaan bouwen in de buurt van het Sportfondsenbad. Op 15 februari 1963 wordt dit station in gebruik genomen. Een jaar later is het gebouwtje op de Lange Kerkdam afgebroken en dit had onder andere met de veranderende verkeerssituatie te maken.
Carl Doeke Eisma
