In 1900 bedroeg het aantal inwoners van Wassenaar 3.619; in 1920 waren dat er al 6.385 en op dit moment wonen er ongeveer 26.000 mensen in ons dorp. En dan te bedenken, dat er vanaf 1920 serieus nagedacht werd over een uitbreidingsplan van Wassenaar waarbij het aantal inwoners zo rond de 500.000 zou komen te liggen, om precies te zijn 492.430. In het Vaderland van 25 november 1924 staat een artikel met als titel: Ontwerp van architect Mutters. Een woonplaats voor 500.000 inwoners.
Johannes Mutters Jr. is in 1858 In Den Haag geboren en in 1930 in Wassenaar overleden. Hij woonde enige tijd op het adres: Vijverweg 22. Hij heeft het eerste in Art Nouveau stijl uitgevoerde pand van Nederland ontworpen: Lensvelt-Nicola in de Venestraat in Den Haag. Hij was onder meer directeur van de NV Exploitatie Maatschappij “De Kieviet” en “Wildrust”.
Het artikel begint als volgt:
Wij hebben een beetje te hoog opgegeven van het Wassenaarsche uitbreidingsplan, maar het blijft toch grootsch, want Wassenaar wil zich gaan inrichten tot een woonplaats van 500.000 zielen en deze zullen er zeer ruim wonen. Het ontwerp is ook een beetje een gedwongen fraaiigheid, want het werd opgemaakt na een wenk van Gedeputeerde Staten, die zulks noodig achten voor het scheppen van verband tusschen de vijf zich gestadig uitbreidende kommen van het dorp. Hoe dit zij, B en W hebben, eenmaal plannen moetende maken, dit op ruime schaal gedaan en architect Mutters heeft zich met groote toewijding van zijn opdracht gekweten. Wij willen het plan in hoofdzaak geven. De ontlasting van den Leidschen straatweg vormt de grondgedachte van het uitbreidingsplan.
Wat hield dit plan – in grote trekken – in?
In de buurt van Clingendael zou een plein komen. Hierop kwamen vier snelverkeerswegen vanuit Wassenaar uit. De Leidse straatweg, de Buurtweg en een tweetal andere wegen. Deze wegen zouden zo’n 30 meter breed worden! Hiertussen was zowel gesloten als open bebouwing geprojecteerd. Vooral het gebied voor open bebouwing werd zeer ruim gehouden, teneinde de schitterende natuur te behouden. Wel zou Duivenvoordse- Veenzijdse polder nagenoeg geheel volgebouwd worden. Bij de volkswoningbouw werd hoogbouw aanbevolen. Los van de woonhuizen kwamen er: speelterreinen, openbare gebouwen, scholen, politieposten, verenigingsgebouwen, hotels, schouwburgen, gymnasia en kerken. Hoofdstreven van den ontwerper was, zo lees ik, het natuurschoon zoo goed mogelijk als heelemaal te sparen en om Wassenaar zijn landelijk karakter ook in de toekomst te verzekeren. Voor uitbreiding van het dorp is in de naaste omgeving achter de Langstraat een dorpsplein ontworpen, bestemd voor markt of speelplaats. Op de buitenplaats Duinrell is een groot ziekenhuis ontworpen. Men ziet het, ’t is een grootsch geheel, den bekenden schepper van het Kievitpark waardig.
Tegen dit plan zijn talloze bezwaarschriften ingediend en het is dan ook niet uitgevoerd. Ik denk dat we hier blij mee moeten zijn!
Carl Doeke Eisma