Een lang leven was het Wassenaarse, patriotse wapenkorps (zie nr. 34) niet beschoren. Op 28 juni 1787 wordt prinses Wilhelmina, echtgenote van stadhouder Willem V, op haar reis van Nijmegen naar Den Haag, bij Goejanverwellesluis door een patriots vrijkorps aangehouden. Haar broer, de koning van Pruisen, acht dit een dusdanige belediging dat op 13 september 26.000 man Pruisische troepen de grens passeren. Op 15 en 16 september vluchten de patriotse Utrechtenaren de stad uit en marcheren de prinselijke en Pruisische troepen de stad binnen; op 20 september keert stadhouder Willem V in Den Haag terug.
De Staten van Holland herroepen alle besluiten tegen het gezag van de stadhouder en gelasten om alle genoodschappen van wapenoefening te ontbinden. De baljuw van Wassenaar deelt dit mee aan het op 23 september bijeen zijnde dorpsbestuur en ook dat hij heeft vernomen dat "na de ingekome berigten van de ontruijming der Stad Utrecht door de militairen, Burgers en genoodschappen, de alhier zijnde leeden van het genoodschap van Wapen Oeffening hunne geweeren aan het genoodschapshuys hadden gebragt, met voorneemen om niet weeder te exerceeren, maar de Societeyt te dissolveeren [ontbinden]". Vervolgens heeft hij gesproken met Cornelis van Binkhorst en Bart Wensveen "omtrent de overzending der geweeren na 's Hage, onder addres van de Heer Baron Bentinck aan de groote Societeyt aldaar, welke Lieden zig daar toe zeer bereyd betoonende, nog dienzelven dag 46 Snaphaanen, patroontasse, Sabels, Epauletten, Dragons en Troedels, 1 Trommel en 1 Fluit na 's Hage heeft verzonden".
In de steden van Holland brandschatten en plunderen de oranjegezinde massa's de huizen en winkels van de patriotten. In Wassenaar blijft het rustig. Dirk Busing, schepen in het dorpsbestuur, plaatst een erepoort bij zijn huis waarop geschreven staat: "Het Boos Geweld in Rust Hersteld". Jacobus Meulenberg, eveneens schepen, laat zich in een herberg tegenover een collega-regent aldus uit: dat de patriotten "allen moeten het land uyt gejaagt worden en dat er ook hier vier waaren, dat hij dien wel wouden helpen plunderen, als: de pastoor, Barth Wensveen en Binkhorst en Claverwyden". De collega-regent zegt daarop: "dat is tegen de plakaten [wetten]", waarop Meulenberg antwoordt: "of hey sulleken uytdrukkingen in Den Haagh of Leyden deed so souden sij u doodslaan". Zonder gevolgen blijft dit incident niet. In november 1787 wordt Meulenberg door de ambachtsheer, Carel George graaf van Wassenaer Obdam, "in zijne qualiteyt als scheepen" geschorst.
Marry Niphuis-Nell
Bronnen:
GAW, OA, inv.nrs. 10, 13, 682.
Prisma Kalendarium; Geschiedenis van de Lage Landen in jaartallen. Utrecht: Het Spectrum B.V., 1995.
Schama, Simon, Patriotten en bevrijders: revolutie in de Noordelijke Nederlanden, 1780-1813. Uitgeversmaatschappij Agon, 1989, pp. 168-170.